Om in het bestuursrecht in bezwaar, beroep, of hoger beroep te kunnen moet er sprake zijn van een belang bij een inhoudelijk oordeel over het besluit, het zogenoemde procesbelang. Als er geen procesbelang is, zal het bezwaar of (hoger) beroep niet-ontvankelijk zijn. Er is bijvoorbeeld geen procesbelang als iemand alleen ‘uit principe’ procedeert. Het is dan ook de vraag of er nog sprake is van procesbelang, wanneer het besluit waartegen u in beroep komt al is ‘verlopen’. In de zaak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juni 2012 (LJN BW7625) gaat het om het vergunnen van muzikale festiviteiten op een dorpsplein in 2010, waarover de bestuursrechter bijna twee jaar later een uitspraak deed.
Op het eerste gezicht lijkt de indiener van het hoger beroep weinig belang meer te hebben bij een oordeel over dit besluit, van het muziekfeest is immers al lang niks meer te horen. Vanwege het jaarlijks terugkerende karakter van het muziekfeest oordeelt de bestuursrechter dat de indiener toch belang heeft bij behandeling van zijn hoger beroep. De reden hiervoor is dat het inhoudelijk oordeel over dit verlopen besluit bij soortgelijke toekomstige besluiten kan worden betrokken. Deze jurisprudentie laat zien dat het verschil uitmaakt of het evenement eenmalig is, of niet. Bij een eenmalig evenement vervalt het procesbelang als het evenement is afgelopen, bij evenementen die vaker worden georganiseerd zal het procesbelang waarschijnlijk blijven bestaan.
Ook in andere zaken oordeelt de bestuursrechter dat er sprake is van ‘procesbelang’, wanneer het inhoudelijke oordeel over het verlopen besluit kan worden betrokken bij eventuele toekomstige besluiten. Zie bijvoorbeeld de uitspraken ABRvS 8 september 2010, nr. 201000716/1/M1 en ABRvS 2 maart 2005, nr. 200403342/1.
mr. B.J. Kobes