Tegen de meeste besluiten van de overheid kan bezwaar, beroep en hoger beroep worden ingesteld. Dit noemen we ook wel ‘rechtsmiddelen’. Als alle rechtsmiddelen zijn gebruikt en de hoogste rechter een uitspraak heeft gedaan, dan staat de uitkomst van de procedure definitief vast: het besluit is onherroepelijk. Er kunnen dan geen rechtsmiddelen meer wordt gebruikt tegen dat besluit. Of toch wel?

Grenzen aan rechtsbescherming

Nederland heeft een gesloten stelsel van rechtsbescherming. Dat betekent dat het soort en aantal rechtsmiddelen dat een persoon of bedrijf in een procedure kan aanwenden, beperkt is. Een gesloten stelsel van rechtsbescherming is om meerdere redenen wenselijk. Het heeft als doel dat aan iedere procedure ooit een einde komt. Dat biedt partijen duidelijkheid, zodat bijvoorbeeld een vergunninghouder met een gerust hart van de vergunning gebruik kan maken. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen biedt dus rechtszekerheid. Bovendien zou anders de rechtsbescherming te veel kosten met zich meebrengen. Een gesloten stelsel voorkomt dus ook de overbelasting van rechterlijke instanties.

Waar mensen werken, worden echter ook fouten gemaakt. Zo ook bij rechterlijke instanties. Wat kan iemand doen als de rechter een fout maakt, bijvoorbeeld wanneer een rechter niet goed heeft geluisterd of iets verkeerd heeft geïnterpreteerd? Of wanneer een rechter een partij ten onrechte geen tegemoetkoming in de proceskosten heeft toegekend? Om in zulke situaties toch rechtsbescherming te bieden, zijn in het gesloten stelsel van rechtsbescherming zogenaamde achterdeuren ingebouwd. Buitengewone rechtsmiddelen kunnen worden ingezet wanneer de ‘gewone’ rechtsmiddelen – zoals bezwaar, beroep en hoger beroep – niet meer kunnen worden ingesteld. Er zijn drie buitengewone rechtsmiddelen die die dienst kunnen doen als achterdeur: (1) met een herziening, (2) met een vervallenverklaring of (3) met een rectificatie kan een onherroepelijke uitspraak toch nog worden aangetast.

Herziening

Het eerste buitengewone rechtsmiddel is de herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)). Herziening vindt plaats op verzoek van een partij. Een uitspraak kan slechts worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, die bij de indiener van het verzoek om herziening destijds nog niet bekend waren én die tot een andere uitspraak zouden hebben geleid wanneer deze bij de rechter destijds wél bekend waren. Hier gaat het dus niet om een foutje van de rechter. Een onherroepelijk geworden uitspraak wordt slechts bij uitzondering herzien. Het is niet de bedoeling dat partijen met dit rechtsmiddel het debat bij de rechter opnieuw gaan voeren of dat bepaalde argumenten die eerder  (ten onrechte) niet naar voren zijn gebracht, alsnog aan een rechter worden voorgelegd.

Hoe dien je een verzoek om herziening in?

Een partij dient een verzoek om herziening in bij de rechterlijke instantie die uitspraak heeft gedaan over de eerdere procedure. De wet verzet zich niet tegen behandeling door dezelfde rechter. Een herzieningsverzoek dient tijdig te worden ingediend. De wet geeft niet aan wat onder ‘tijdig’ moet worden verstaan. Afhankelijk van het moment dat de nieuwe feiten bekend zijn geworden bij de verzoeker zal de bestuursrechter, gerekend vanaf dat moment, oordelen of het verzoek om herziening naar redelijkheid tijdig is ingediend. Deze redelijke termijn zal volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) doorgaans één jaar zijn. Sommige omstandigheden kunnen er volgens de Afdeling toe leiden dat een termijn van één jaar onredelijk lang is. Dan is volgens de Afdeling niet één jaar een redelijke termijn, maar achttien weken (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2015:310, r.o. 3.4). Wie de boot niet wil missen, doet er dus goed aan om een herzieningsverzoek zo snel mogelijk ná het bekend worden met de nieuwe informatie in te dienen.

Vervallenverklaring

De herziening zoals hierboven is omschreven, is het enige bij wet geregelde buitengewone rechtsmiddel dat gebruikt kan worden tegen een onherroepelijk geworden uitspraak. Daarnaast zijn er ook nog buitenwettelijke buitengewone rechtsmiddelen. De rechter kan, op verzoek van een partij of ambtshalve, een onherroepelijk geworden uitspraak vervallen verklaren. Dit gebeurt slechts wanneer sprake is van een ernstige rechterlijke misslag. Aan zo’n rechterlijke misslag wordt op verschillende manieren invulling gegeven. Zo heeft de Afdeling op 15 oktober 2014 een uitspraak vervallen verklaard omdat tijdens een zitting een misverstand was ontstaan over verschillende soorten hout. In de uitspraak werden drie begrippen door elkaar gebruikt: ‘schoon hout’, ‘pallethout’ en ‘pellethout’. Voor de toepassing van het recht was het soort hout van belang, omdat dit doorslaggevend was voor de vraag of wel of geen vergunning was vereist voor het stoken van dat hout. Gelet op het misverstand en de gevolgen daarvan, zag de Afdeling aanleiding om deze uitspraak ambtshalve vervallen te verklaren (ECLI:NL:RVS:2014:3696, r.o. 1).

In een andere zaak is de Afdeling ambtshalve tot vervallenverklaring van een onherroepelijke uitspraak overgegaan, omdat de Afdeling ten onrechte een belanghebbende niet op grond van artikel 8:26, eerste lid, van de Awb in de gelegenheid had gesteld om als partij aan het geding deel te nemen (ECLI:RVS:2014:4363, r.o. 6). Blijkbaar kan het de rechter als een kennelijke misslag worden toegerekend wanneer hij ten onrechte een belanghebbende niet aan het geding deel laat nemen. De belanghebbende was in dit geval eigenaar van het perceel waarvan de bestemming werd gewijzigd. Een andere zaak waarin de rechter over is gegaan tot vervallenverklaring van een onherroepelijke uitspraak, betrof de situatie waarin de uitnodiging voor een hoorzitting niet naar het juiste adres was toegestuurd (ECLI:NL:RVS:2005:AT2820, r.o. 2.1), of waarin duidelijk werd dat het griffiegeld – in tegenstelling tot wat eerder werd aangenomen – wél tijdig was betaald (ECLI:NL:RVS:2002:AP4854, deze uitspraak is niet gepubliceerd). Wanneer een uitspraak vervallen wordt verklaard, zal het onderzoek ter zitting doorgaans opnieuw plaatsvinden en zal er ook opnieuw uitspraak worden gedaan over het geschil.

Rectificatie

Tot slot is het mogelijk om een onherroepelijke uitspraak te (laten) wijzigen in het geval van een kennelijke (overduidelijke) verschrijving. De uitspraak wordt dan gerectificeerd. Hier gaat het bijvoorbeeld om een verkeerde vermelding van het zaaknummer of om taalfouten. Dergelijke fouten zijn vaak eenvoudig aan te passen en leiden niet tot een nieuwe zitting of uitkomst. Ook dit buitenwettelijke rechtsmiddel kan de rechter zowel ambtshalve als op verzoek van partijen aanwenden.

Tot slot

Buitengewone rechtsmiddelen kunnen onherroepelijke uitspraken aantasten wanneer dat voor eerlijke behandeling nodig is. Wanneer sprake is van een kennelijke rechterlijke misslag of wanneer achteraf blijkt dat de feiten en omstandigheden anders zijn dan ten tijde van de uitspraak werd gedacht, kan een uitspraak worden aangetast. Aantasting van een onherroepelijke uitspraak is een uitzondering op de regel. Buitengewone rechtsmiddelen worden vanwege het gesloten stelsel van rechtsbescherming terughoudend toegepast. Aanpassing van een reeds onherroepelijk geworden uitspraak vormt dus de uitzondering die de regel van het gesloten stelsel bevestigt.

Catch Legal, Bram Kragting

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? Neem gerust contact met een van onze juristen op.