Betalingsverplichting – neergelegd in privaatrechtelijke overeenkomst – kan niet als een aan de standplaatsvergunning verbonden voorschrift worden beschouwd

Privaatrechtelijke afspraken, die het college van burgemeester en wethouders van een gemeente maakt met een bedrijf of burger, kunnen niet als voorschriften aan een vergunning worden verbonden. Het college kan dus ook niet tot intrekking van de vergunning over gaan, als deze afspraken niet worden nagekomen (ECLI:NL:RVS:2015:2019).

De zaak
Een standplaatshouder exploiteert een snackwagen in de gemeente Dronten. Aan hem is hiervoor door het college van burgemeester en wethouders (college) een standplaatsvergunning op basis van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) verleend. In deze vergunning wordt verwezen naar afspraken, die het college en de standplaatshouder hebben gemaakt over de standplaatsvergoeding. In de standplaatsvergunning is onder het kopje “afspraken” opgenomen dat met standplaatshouder is afgesproken dat de standplaatsvergoeding voor de eerste van iedere maand aan de balie van het gemeentehuis wordt voldaan en dat, zodra standplaatshouder niet aan deze betalingsverplichting voldoet, hij de standplaats in de maand daarop niet meer mag innemen en de standplaatsvergunning wordt ingetrokken. Nu standplaatshouder niet aan zijn betalingsverplichting voldoet, stelt het college de  standplaatsvergunning in te kunnen trekken. De betalingsverplichting zou volgens het college als een aan de vergunning verbonden voorschrift moeten worden beschouwd.De standplaatshouder is het hier niet mee eens. Hij stelt, dat de afspraken over de betalingsverplichting een privaatrechtelijke overeenkomst is en daarom niet als vergunningvoorschriften kunnen worden aangemerkt.

Oordeel rechtbank
De rechtbank geeft het college gelijk. Volgens de rechtbank mocht het college de standplaatsvergunning intrekken op grond van artikel 1:6, aanhef en onder c, van de Apv, nu de betalingsverplichting als een aan de vergunning verbonden voorschrift moet worden beschouwd. Daarbij heeft de rechtbank betrokken dat is vermeld dat de vergunning wordt ingetrokken indien de betalingsverplichting niet wordt nagekomen. Niet van belang is volgens de rechtbank dat de betalingsverplichting onder het kopje “afspraken” en niet onder het kopje “voorschriften” staat vermeld.

Oordeel Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
De Afdeling oordeelt echter anders: de afspraken zijn door het college en standplaatshouder ondertekend en vormen een privaatrechtelijke overeenkomst tussen het college en standplaatshouder. Het vermelden van de afspraak over de betalingsverplichting in de vergunning is aan te merken als een herinnering aan deze privaatrechtelijke overeenkomst en niet als een aan de vergunning verbonden voorschrift. Dat wordt vermeld dat de vergunning wordt ingetrokken indien de betalingsverplichting niet wordt nagekomen maakt dit niet anders, nu hierbij expliciet naar de overeengekomen afspraken wordt verwezen. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat de betalingsverplichting een aan de vergunning verbonden voorschrift is.

Conclusie
Privaatrechtelijke afspraken tussen de gemeente (of een andere overheid) en een bedrijf of burger, kunnen niet als voorschriften aan een vergunning worden verbonden. Als betreffende afspraken niet worden nagekomen, zal de gemeente (of een andere overheid) een procedure moeten starten bij de civiele rechter om nakoming te vorderen.

Catch Legal
Meer weten? Neem gerust contact op.

Interessant artikel?

Share on facebook
Deel op facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on email
Deel via mail

Laat een bericht achter

Gerelateerde berichten