Het drieluik krijgt een vervolg. Inmiddels heeft ook de hoogste bestuursrechter zich (figuurlijk) gebogen over de Tibetaanse Mastiff Luna en het optreden van de burgemeester van Nunspeet (ECLI:NL:RVS:2019:2814). We zijn inmiddels een bevel, twee lasten onder dwangsom, twee invorderingsbesluiten, een beslissing op bezwaar en een rechtbankuitspraak verder. Overleven deze besluiten het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State? Lees het hieronder.

Waar moet de Afdeling zich over uitlaten?

Op 13 november 2018 heeft de rechtbank uitspraak gedaan over de hiervoor genoemde besluiten. Het is nu aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) om te beoordelen of die uitspraak stand kan houden. De besluiten die onderdeel waren van de rechtbankprocedure zijn ook nu onderwerp van geschil. Na een beschrijving van de feiten en omstandigheden, wordt een formeel puntje getackeld en kan de Afdeling overgaan tot een inhoudelijke behandeling. Daarbij wordt als eerste de vraag gesteld of de burgemeester het bevel tot afgifte van de hond mocht geven.

Bevel van de burgemeester

De Afdeling begint met het herhalen van de overweging van de rechtbank. Kan artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet ook in deze situatie in stelling worden gebracht? Daarbij verwijst de Afdeling naar haar eerdere rechtspraak; die ook door de rechtbank was opgenomen in zijn uitspraak. Belangrijk is dat uit die rechtspraak volgt dat artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet volgens de geschiedenis van de totstandkoming ervan betrekking heeft op situaties waarin enerzijds geen overtreding van wettelijke voorschriften ter bewaring van de openbare orde plaatsvindt, terwijl anderzijds sprake is van een zodanig inbreuk op de orde en rust, dat niet meer van een aanvaardbaar niveau daarvan kan worden gesproken. Tegen deze inbreuk moet kunnen worden opgetreden. Deze bepaling geeft de burgemeester daarvoor de bevoegdheid. Maar er kan niet zomaar van deze bepaling gebruik worden gemaakt. Er moet een verstoring van die orde of ernstige vrees daarvoor voordoen en de bevelen moeten noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde. Ook mogen de bevelen niet van wettelijke voorschriften afwijken en moeten ze proportioneel en subsidiair zijn. Dat sprake is van een verstoring of een vrees daarvoor moet volgen uit uiteenlopende feiten of omstandigheden die niet nader zijn omschreven in het artikel. Wat die bevelen mogen inhouden is ook niet nader omschreven. Bovenstaande resulteert in een aanzienlijk beoordelingsruimte die toekomt aan de burgemeester. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van dit specifieke artikel, volgt dat de wetgever daar bewust voor heeft gekozen. De burgemeester kan daardoor tegen onverwachte situaties snel en doelgericht optreden. Uiteraard moet de burgemeester wel goed uitleggen waarom voor welk bevel is gekozen, zeker omdat de bevelen slecht voorzienbaar zijn en daardoor afbreuk kan worden gedaan aan de rechtszekerheid. Enfin, niets nieuws zover.

Directe aanleiding voor het bevel van de burgemeester om Luna af te geven, volgt uit het feit dat de eigenaren (en in deze procedure de appellanten) niet hebben voldaan aan de voorwaarde die de voorzieningenrechter heeft gesteld. De voorzieningenrechter had namelijk bepaald dat met Luna gedragstraining moest worden gevolgd bij De Boer. Het stoppen van die training door de eigenaren heeft ervoor gezorgd dat de voorlopige voorziening is opgeheven en heeft de burgemeester doen bevelen dat de hond moest worden afgegeven. Uiteraard zijn daarbij de (eerdere) bijtincidenten meegewogen, waarbij een bijtincident heeft geleid tot de dood van een andere hond en een andere tot ernstige verwondingen en een ziekenhuisopname van een persoon.

In het kader van deze discussie over het gevaar van het gedrag van Luna en de trainbaarheid van de hond is een viertal rapporten en adviezen opgesteld. De Afdeling weegt deze adviezen/rapporten tegen elkaar af. Ook neemt de Afdeling, evenals de burgemeester, mee in de afweging dat aannemelijk is gemaakt (door een ondertekende petitie en krantenberichten) dat mensen in de buurt van de woning van de eigenaren van Luna zich erg onveilig en angstig voelen. Het verstoppen van de hond (zie de eerdere blogs) en het stoppen van de training wordt ook betrokken in de beoordeling. De eigenaren hebben volgens de Afdeling geen verantwoordelijkheid genomen, waardoor de ontstane onrust voortduurde. De vraag of de burgemeester in dit geval minder ingrijpende maatregelen tot zijn beschikking had, wordt door de Afdeling ontkennend beantwoord. De maatschappelijke onrust, de kans op herhaling en het gegeven dat de eigenaren niet de verantwoordelijkheid namen die van hen mocht worden verwacht, maken volgens de Afdeling duidelijk dat minder ingrijpende maatregelen zoals een (kort) aanlijn- en muilkorfgebod niet toereikend was. Het bevel tot afgifte van de hond is volgens de Afdeling terecht afgegeven.

En de lasten onder dwangsom?

Toen de eigenaren niet vrijwillig zijn overgegaan tot het afgeven van de hond, heeft de burgemeester een last onder dwangsom oplegt: elke dag dat Luna niet werd afgegeven, verbeurde de eigenaren een dwangsom. Toen deze dwangsom volledig was volgelopen en de hond nog steeds niet was overgedragen, is er nog een tweede last onder dwangsom opgelegd.

Appellanten betogen tevergeefs dat de combinatie van een bevel en een last onder dwangsom niet mogelijk is. Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis ziet de Afdeling, in lijn met de uitspraak van de rechtbank, in dit geval geen probleem in het opleggen van de lasten onder dwangsom die strekken tot effectueren van het bevel. Ook dit betoog faalt.

En de invorderingsbeschikkingen dan?

Omdat de dwangsommen waren volgelopen, heeft de burgemeester invorderingsbesluiten genomen die strekken ter invordering van de verbeurde dwangsommen. Tegen het eerste invorderingsbesluit zijn door appellanten geen zelfstandige beroepsgronden ingediend. Ten aanzien van het tweede invorderingsbesluit betogen appellanten dat er geen dwangsommen zijn verbeurd omdat de rechtbank de besluiten had geschorst. Door Luna onder te brengen in een andere gemeente, hebben zij bovendien voldaan aan hun burgerplicht. Tot slot betogen zij dat de invordering in geen verhouding staat tot het doel van de last.

Hoewel in een van de besluiten door de burgemeester wordt gesteld dat dwangsommen over een bepaalde periode zijn verbeurd, terwijl het besluit toen was geschorst door de rechter en derhalve geen dwangsommen konden worden verbeurd, heeft de Afdeling vastgesteld dat de last op enig moment volledig is verbeurd (15.000 EUR). Appellanten zijn pas op een later moment verhuisd en ook de stelling dat de hond niet in de gemeente aanwezig was, slaagt niet. De last strekt namelijk tot het afgeven van de hond, en daaraan is in ieder geval niet voldaan. De invorderingsbeschikkingen houden stand.

The End

Uit de uitspraak volgt niet hoe het nu met Luna is en of Luna uiteindelijk is afgegeven conform het bevel van de burgemeester. Wel volgt uit de uitspraak dat de eigenaren (al dan niet met Luna) inmiddels zijn verhuisd, waardoor de rust in Nunspeet hopelijk is teruggekeerd.

Juridisch zijn alle besluiten die over Luna zijn genomen, door de hoogste bestuursrechter beoordeeld en akkoord bevonden. De burgemeester wordt in het gelijk gesteld; het bevel mocht, gezien de omstandigheden, worden afgegeven en de lasten onder dwangsom ter effectuering van dat bevel zijn ook terecht genomen. Ook de invorderingsbesluiten waaruit volgt dat de dwangsommen moeten worden betaald, houden stand. De eigenaren van Luna trekken aan het kortste eind.

Catch Legal, Tanne van Wissen

Heeft u vragen over bovenstaand artikel? Wij staan u graag te woord. Neem contact op met een van onze bestuursrechtjuristen.

Benieuwd naar de vorige artikelen over Luna? U kunt ze hier lezen: Blaffende honden bijten nietBlaffende honden bijten niet IIBlaffende honden bijten niet III.