Na bijna zes jaar is er een einde gekomen aan de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan ‘Stad Appingedam’. En met positief resultaat voor de gemeenteraad. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt (ECLI:NL:RVS:2019:2569) dat de aanvullende onderzoeken en motivering van de gemeenteraad voldoende zijn om het bestemmingsplan in stand te kunnen laten. Dit betekent dat de gemeenteraad reguliere detailhandel mag weren buiten het stadscentrum.

Wat ging hieraan vooraf?

Het bestemmingsplan ‘Stad Appingedam’ kent een brancheringsregel die de vestiging van reguliere detailhandel op het Woonplein buiten het stadscentrum in Appingedam verbiedt. De gemeenteraad wil met deze regel voorkomen dat zich reguliere detailhandel vestigt op het Woonplein, omdat dit de vitaliteit en de leefbaarheid van het stadscentrum aantast. Volgens de eigenaren van de winkelpanden aan het Woonplein is een dergelijke brancheringsregel in strijd met artikel 15 van de Dienstenrichtlijn.

Zoals te lezen in mijn eerdere blogs over dit onderwerp heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) in een tussenuitspraak geoordeeld dat de brancheringsregel in het bestemmingsplan ‘Stad Appingedam’ in ieder geval voldoet aan twee van de drie eisen uit artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn, namelijk het discriminatieverbod en de noodzaak van de regel. Over de derde eis, de evenredigheid van de regel, oordeelt de Afdeling dat dit onvoldoende is onderbouwd omdat het onderzoek in het kader van de evenredigheid aan de hand van een analyse met specifieke en objectieve gegevens moet plaatsvinden. De gemeenteraad had ter onderbouwing van de geschiktheid van de regel (een onderdeel van de evenredigheid) zich beroepen op algemene ervaringsregels. De Afdeling stelde in een tussenuitspraak de gemeenteraad in de gelegenheid om de evenredigheid van de brancheringsregel alsnog met specifieke en objectieve gegevens te onderbouwen (ECLI:NL:RVS:2018:2062).

 Wat houdt de nadere motivering in?

De gemeenteraad heeft ter herstel van het gebrek een onderzoeksrapport en een nadere motivering overgelegd, gebaseerd op de volgende stappen:

(1) resultaten van onderzoek naar de effectiviteit van ruimtelijk detailhandelsbeleid op landelijk, provinciaal of lokaal niveau, of gegevens ontleend aan koopstromenonderzoek in ogenschouw nemen

(2) beoordelen in hoeverre deze onderzoeken toepasbaar zijn op de specifieke situatie in Appingedam.

De Afdeling is van oordeel dat branchering als onderdeel van ruimtelijk detailhandelsbeleid in het algemeen effectief is ter bereiking van de nagestreefde doelen (lees: het voorkomen van leegstand elders in de stad). Stap 1 is daarmee genomen. De gemeenteraad heeft volgens de Afdeling met het overgelegde rapport aannemelijk gemaakt dat de toepasbaarheid van de resultaten van het algemene onderzoek zich in de specifieke situatie van Appingedam voordoet. De gemeenteraad heeft inzichtelijk gemaakt dat de brancheringsregel zoals opgenomen in het plan effectief is voor de specifieke situatie in de gemeente Appingedam. Ook aan stap 2 is voldaan.

Tot slot toetst de Afdeling in het kader van evenredigheid of de brancheringsregel niet verder gaat dan nodig om het doel te bereiken. De Afdeling erkent dat in Appingedam sprake is van een kwetsbare structuur van het winkelaanbod en vindt het daarom aannemelijk dat een brancheringsregel die ruimte biedt voor reguliere detailhandel op het Woonplein kan leiden tot het vertrek van of druk op de publiekstrekkers in het centrum. De leefbaarheid en vitaliteit van het stadscentrum zou daardoor onder spanning komen te staan. Een brancheringsregel kan dit voorkomen. Kortom, de brancheringsregel voldoet aan het vereiste van evenredigheid en daarmee kan met deze uitspraak de conclusie worden getrokken dat aan alle drie de eisen van artikel 15 van de Dienstenrichtlijn is voldaan.

De lessen

Voor de liefhebber verwijs ik nog naar de uitspraak van 20 mei 2019 van de rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2019:2237) waarin de rechtbank oordeelt dat de analyse van de geschiktheid van de brancheringsregel en de specifieke gegevens ter onderbouwing van het betoog over de geschiktheid van de getroffen maatregel ten onrechte ontbreken. Bij de nadere motivering die door de rechtbank is opgedragen kunnen burgemeester en wethouders van Groningen een les trekken uit de Appingedamuitspraak.

Conclusie

We hebben maar liefst zes jaar moeten wachten op de ontknoping, maar dat is niet voor niets geweest. De Appingedamprocedure heeft niet alleen theoretisch meer duidelijkheid gegeven over de voorwaarden waaronder branchering in ruimtelijke besluiten is toegestaan, maar de nadere motivering van de gemeenteraad en de einduitspraak van de Afdeling geven ook handvatten voor de praktijk. De belangrijkste les is dat een onderbouwing moet worden gegeven aan de hand van specifieke en objectieve gegevens van de situatie ter plaatse.

Catch Legal, Merel Brinkman

Bent u als retailondernemer op zoek naar een nieuwe locatie? Neem gerust contact op met een van onze specialisten.