Search
Close this search box.

Conclusie over de toepassing van artikel 6:19 Awb onder de Omgevingswet

Op 29 mei 2024 heeft staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer (hierna: A-G) een conclusie uitgebracht over de toepassing van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bij ruimtelijke plannen. De conclusie gaat over de vraag hoe bestuursrechters artikel 6:19 van de Awb moeten toepassen bij toekomstige zaken over ruimtelijke plannen, nu de Omgevingswet in werking is getreden. In deze blog leest u wat de conclusie inhoudt en wat het betekent voor de rechtspraktijk.

 

Waar gaat de zaak over?

De zaak gaat over het bestemmingsplan ‘Renesse’ (hierna: het bestemmingsplan) dat op 27 januari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Schouwen-Duiveland (hierna: de raad). De gemeenteraad heeft dit plan vastgesteld om recreatieve verhuur te beperken door middel van een uitsterfregeling. Tegen dit bestemmingsplan hebben enkele woningeigenaren beroep ingesteld. Een jaar later besluit de gemeenteraad de uitsterfregeling uit te breiden. Daartoe stelt de raad het bestemmingsplan opnieuw vast. Tegen dit opnieuw vastgestelde bestemmingsplan wordt ook beroep aangetekend, ditmaal door een nog grotere groep woningeigenaren.

Volgens artikel 6:19 van de Awb wordt een beroep (of bezwaar) op een intrekking, wijziging of vervanging van een bestreden besluit automatisch onderdeel van een lopende (beroeps)procedure over het oorspronkelijke besluit. In deze zaak werd dan ook het nieuw ingestelde beroep automatisch onderdeel van de lopende beroepsprocedure tegen het eerst vastgestelde bestemmingsplan.

 

Waarom heeft de Afdeling om een conclusie gevraagd?

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet inwerking getreden. Hierdoor werken we nu met het omgevingsplan en niet meer met bestemmingsplannen. De aard van het omgevingsplan is anders dan een bestemmingsplan, in die zin dat een omgevingsplan het karakter heeft van een verordening met bijzondere kenmerken. Hierdoor kunnen complicaties optreden bij het toepassen van artikel 6:19 van de Awb.

De Afdeling heeft de volgende vragen gesteld aan de A-G:

  1. Is er aanleiding om de rechtspraak over toepassing van artikel 6:19 van de Awb in bestemmingsplanzaken (op onderdelen) aan te passen?
  2. Bestaat er aanleiding om de toepassing van artikel 6:19 van de Awb te veranderen in zaken die gaan over de wijziging van een omgevingsplan?

Wat staat er in de conclusie?

De A-G stelt eerst vast dat artikel 6:19 van de Awb in bestemmingsplanzaken ruim wordt toegepast. Hierdoor ontstaat in bestemmingsplan zaken relatief vaak een beroep van rechtswege (zie het eerste lid van artikel 6:19 van de Awb). Dit heeft voordelen en nadelen voor effectieve geschilbeslechting. Genoemde nadelen zijn bijvoorbeeld dat door een beroep op grond van artikel 6:19 van de Awb de omvang van een geding groter wordt en in sommige gevallen leidt het beroep van rechtswege tot uitstel van de behandeling van de zaak ter zitting.

Vervolgens behandelt de A-G de vragen die de Afdeling heeft gesteld (zie onder 1 en 2 hiervoor).

Is er aanleiding om de rechtspraak over de toepassing van artikel 6:19 van de Awb in bestemmingsplanzaken (op onderdelen) aan te passen?

Om de uitdijende werking van het beroep te beperken, kan de rechtspraak worden aangepast zodat:

a) Alleen een 6:19-beroep ontstaat ten aanzien van herstel- en reparatiebesluiten, om zo de gevolgen van een 6:19-beroep te beperken;

b) Bij de beoordeling of sprake is van een reparatiebesluit een duidelijke relatie te leggen met de beroepsgronden die in het oorspronkelijke beroep zijn aangevoerd;

c) In geval van een 6:19-beroep de groep personen die beroep kunnen instellen consequent beperken tot uitsluitend de groep die door het nieuw genomen besluit in een nadeligere positie komen of door gewijzigde feiten of omstandigheden niet kan worden verweten dat zij tegen het oorspronkelijke besluit geen beroep hebben ingesteld.

d) Dat bij overige besluiten geen 6:19-beroep wordt aangenomen maar rechtsbescherming wordt geboden door het instellen van een beroep tegen het eerst genomen besluit. Deze laatste optie is alleen mogelijk als er duidelijke regels worden opgesteld om de rechtsbescherming te waarborgen.

Bestaat er aanleiding om de toepassing van artikel 6:19 van de Awb te veranderen in zaken die gaan over de wijziging van een omgevingsplan?

Het grootste nadeel van een 6:19 procedure is dat hierdoor vaak de omvang van het geding wordt vergroot. Dit geldt ook voor een beroep tegen een wijzigingsbesluit voor een omgevingsplan. Dit kan worden beperkt door dezelfde maatregelen toe te passen als genoemd onder Vraag 1, aldus de A-G.

Wat betekent de conclusie voor de rechtspraktijk?

Kortom, er is volgens de A-G aanleiding om de toepassing van artikel 6:19 van de Awb te veranderen om de omvang van het geding behapbaar te houden.

Een conclusie van de A-G is een juridisch advies voor de Afdeling. Het doel hiervan is bijdragen aan de rechtsontwikkeling en waar nodig de rechtspraak bijsturen. Aan een conclusie zelf kunnen geen rechten worden ontleend. Dit betekent dat de Afdeling met deze conclusie in gedachten, uitspraak gaat doen in de zaak over het bestemmingsplan ‘Renesse’. We moeten nu maar afwachten of, en hoe, de Afdeling de conclusie toepast.

To be continued dus!

Interessant artikel?

Deel op facebook
Deel op Twitter
Deel op Linkdin
Deel via mail

Gerelateerde berichten

Netcongestie

Een kink in de kabel

Voor de uitbereiding van het elektriciteitsnet, heeft Hengelo twee bestemmingsplannen vastgesteld. Maar die gingen voorlopig onderuit bij de Afdeling. Jurist Valentijn van der Stap neemt de situatie onder de loep.

Lees meer...
Catch Legal