Search
Close this search box.

Alle pijlen gericht op de Omgevingswet: de gevolgen voor de jacht

Door inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is er ook voor de jacht het een en ander veranderd. Inhoudelijk lijken deze veranderingen op het eerste gezicht wel mee te vallen, maar qua termen en vindplaatsen van de regels zijn er wel degelijk verschillen ten opzichte van de oude Wet natuurbescherming. Doel van deze blog is om het nieuwe wettelijke kader uit de Omgevingsrecht voor u op een rij te zetten!

Wat is jacht?

Bij jacht gaat het volgens de Omgevingswet (Ow) om het bemachtigen, opzettelijk doden en opsporen van bepaalde dieren (hazen, fazanten, houtduiven, konijnen en wilde eenden, artikel 8.3, vierde lid van de Ow). Andere belangrijke begrippen die volgen uit de Ow zijn de jachthouder (degene met jachtrechten) en het jachtveld (terrein geschikt om jacht uit te oefenen).
Belangrijkste regels bij de jacht
Het Rijk heeft de belangrijkste regels voor de jacht vastgesteld. Zo moet een jachthouder zorgen voor een redelijke wildstand (artikel 11.65 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). Dit houdt in ieder geval in dat een gebied niet mag worden overbejaagd en dat de hiervoor genoemde dieren geen schade mogen veroorzaken aan het jachtveld. Verder moet de jager voorkomen dat het dier onnodig lijdt bij het vangen of het doden. Daarnaast is jagen bijvoorbeeld niet toegestaan buiten het jachtseizoen, op bepaalde feestdagen of wanneer de dieren zijn uitgeput. Bij het uitoefenen van de jacht moet worden gehandeld volgens de regels van het faunabeheerplan (artikel 11.63 van het Bal). Tot slot moet een gemeente in haar omgevingsplan een gebied aanwijzen waar jacht met een geweer niet mag plaatsvinden (artikel 5.165a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Zo’n aangewezen gebied heet een bebouwingscontour jacht. Deze bebouwingscultuur sluit aan bij stedelijk en aan lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen waardoor de kans natuurlijk ook vrij klein is dat er jacht, schadebestrijding of populatiebeheer moet plaatsvinden. Er zullen namelijk weinig dieren te bekennen zijn in deze gebieden. Wat wel duidelijk is na al het voorgaande is dat er veel regels zijn voor de jacht.
Het is geen jacht wanneer…
Wanneer niet wordt voldaan aan bovenstaande regels, de jachtactiviteit plaatsvindt buiten een jachtveld en/of de jachtactiviteit niet ziet op hazen, fazanten, houtduiven, konijnen of wilde eenden, dan is er geen sprake van jacht zoals bedoeld in de Ow. Het schieten van dieren zoals wilde zwijnen of herten is dus officieel geen jacht maar gebeurt vanuit schadebestrijding en/of populatiebeheer.

Jachtgeweeractiviteit

Wanneer jacht (of schadebestrijding en populatiebeheer) gebeurt met een jachtgeweer dan is er ook sprake van een jachtgeweeractiviteit (voorheen: jachtakte). Hiervoor zagen we al dat een gemeente in haar omgevingsplan een gebied moet aanwijzen waar jacht met een geweer niet is toegestaan. Verder heeft het Rijk in de artikelen 11.75 tot en met 11.84 van het Bal allerlei regels gesteld over de jachtgeweeractiviteit. In deze artikelen wordt bijvoorbeeld het een en ander bepaald over de specificaties van een geweer en de benodigde verzekering om het geweer te mogen gebruiken. In aanvulling hierop geldt dat voor het jagen met een jachtgeweer een vergunning nodig is voor een jachtgeweeractiviteit (artikel 5.1, lid 1, onder f van de Ow). Deze omgevingsvergunning komt in de plaats van de jachtakte zoals die onder de Wet natuurbescherming verplicht was. Een jachtakte die onder de Wet natuurbescherming is afgegeven geldt ook als omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit onder de Ow. Het bevoegd gezag (= degene die de omgevingsvergunning mag verlenen) is de korpschef van de politie (artikel 5.9a van de Ow). Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit gelden naast de algemene aanvraagvereisten (paragraaf 7.2.1 van de Omgevingsregeling) ook enkele bijzondere aanvraagvereisten (artikel 7.197t van de Omgevingsregeling en artikel 10.21b van het Omgevingsbesluit). Zo moet er bij een aanvraag bijvoorbeeld ook een bewijs worden meegestuurd dat het jachtexamen is behaald.
Beoordeling en jachtexamen
Vervolgens volgt een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. Deze beoordeling loopt via de beoordelingsregels uit artikel 8.74t van het Bkl. Eén van de eisen is dat de aanvrager heeft meegewerkt aan een onderzoek naar zijn/haar psychische gesteldheid en dat hij/zij aanwezig was toen de korpschef de opslag van wapens en munitie controleerde. Verder moet de aanvrager een jachtexamen hebben afgerond welke is erkend door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Tot slot geldt dat de aanvrager lid moet zijn van een wildbeheereenheid en de beschikking moet hebben over een jachtveld wat voldoet aan de wettelijke eisen, om in aanmerking te komen voor een omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit. Wanneer de korpschef na het doorlopen van de inhoudelijke toets de aanvraag afwijst, is er de mogelijkheid tot het instellen van bezwaar en beroep.

Regels voor de jacht nog steeds verspreid

Kortom, in de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Besluit activiteit leefomgeving zijn na 1 januari 2024 veel regels te vinden over de jacht en over de jachtgeweeractiviteit. De inhoudelijke regels zijn dan wel niet veranderd, feit blijft dat er nog steeds veel regels over zijn gebleven en dat ze verspreidt staan in meerdere (wettelijke) regelingen. De situatie is er dus niet ‘eenvoudig beter’ op geworden! Meer weten over de jacht onder de Omgevingswet? Neem contact met ons op!

Interessant artikel?

Deel op facebook
Deel op Twitter
Deel op Linkdin
Deel via mail

Gerelateerde berichten

Netcongestie

Een kink in de kabel

Voor de uitbereiding van het elektriciteitsnet, heeft Hengelo twee bestemmingsplannen vastgesteld. Maar die gingen voorlopig onderuit bij de Afdeling. Jurist Valentijn van der Stap neemt de situatie onder de loep.

Lees meer...
Catch Legal