Gedurende de warme nacht van 8 juli 2017 was het niet alleen de temperatuur die oververhit raakte. Kort na sluitingstijd barstte voor een Rotterdamse club een ernstige vechtpartij los. Deze vechtpartij was zo ernstig, dat het zelfs een dodelijk slachtoffer te betreuren had: een nachtmerrie voor de slachtoffers en nabestaanden. Had de horeca-exploitant iets kunnen of moeten doen om dit te voorkomen? Wanneer kan de horeca-exploitant verantwoordelijk worden gehouden voor een vechtpartij op straat?

Gesloten deuren na vechtpartij

Wat kunnen de juridische gevolgen van een vechtpartij zijn voor jouw horecaonderneming? De burgemeester heeft instrumenten om de openbare orde te bewaken. Vaak wordt gebruik gemaakt van de Algemene plaatselijke verordening (APV), waarin in veel gemeenten staat opgenomen dat de burgemeester een horecagelegenheid tijdelijk of definitief kan sluiten (de exploitatievergunning tijdelijk of definitief kan intrekken) als in of vanuit de inrichting de openbare orde nadelig wordt beïnvloed. In normaal taalgebruik: Als er in of vanuit het café een vechtpartij plaatsvindt, kan het zijn dat je daar als horecaexploitant verantwoordelijk voor wordt gehouden. Het wordt namelijk als de zorgplicht van de ondernemer beschouwd om te voorkomen dat er door zijn gasten wordt gevochten of overlast wordt veroorzaakt in de omgeving. Dit reikt dus verder dan de voordeur, zoals dat in de Drank- en Horecawet (DHW) is bepaald. In de DHW bestaat ook een intrekkingsgrond voor de DHW-vergunning, maar die gaat alleen op wanneer het voorval zich in de inrichting heeft voorgedaan. Strekt het voorval zich uit tot – of komt het tot uiting in – de openbare ruimte, dan kan de burgemeester in de meeste gevallen op grond van de APV ingrijpen. Bij een vechtpartij gaat de burgemeester meestal over tot een sluiting van drie maanden. De voorwaarde hiervoor is dus dat de vechtpartij in het café plaatsvindt of al in het café is begonnen. Ook als de vechtpartij op straat gebeurt.

De Rotterdamse nachtmerrie

Het is 8 juli 2017 en de warmte van de inmiddels verstreken zomerse dag hangt nog altijd in de straten van Rotterdam. Enig moment na sluitingstijd, omstreeks 02:45 uur, is het raak. Een groep gasten, die eerder nog een leuke avond heeft gehad in een Rotterdamse club, krijgt voor de deur een woordenwisseling waarbij de gemoederen zó hoog oplopen dat de vlam in de pan vliegt. Rake klappen over en weer zorgen voor chaos, met alle gevolgen van dien. Direct volgt er een spoedsluiting van twee weken. Daarnaast wil de burgemeester van Rotterdam de club voor de duur van drie maanden sluiten, omdat hij vindt dat de vechtpartij ‘vanuit de inrichting’ heeft plaatsgevonden.

De horeca-exploitant was het hier natuurlijk niet mee eens en is tegen het besluit van de burgemeester in beroep gegaan bij de rechtbank. Om te beoordelen of de vechtpartij vanuit de inrichting heeft plaatsgevonden, heeft de rechtbank onderzocht of er aanwijzingen waren dat de vechtpartij al in de club was begonnen. Op basis van onder meer camerabeelden concludeerde de rechtbank dat de betrokkenen de club rustig hadden verlaten, de vechtpartij op 100 meter van de club was ontstaan én een kwartier na sluitingstijd van de club was begonnen. Volgens de rechtbank waren dat aanwijzingen dat de vechtpartij niet in de club was begonnen. Conclusie: de burgemeester had de club niet mogen sluiten.

Dit is niet het enige voorbeeld in Rotterdam. Ook in 2018 probeerde de burgemeester van Rotterdam een café te sluiten na een aantal incidenten. De rechtbank oordeelde ook in dat geval dat de incidenten niet ‘vanuit de inrichting’ hebben plaatsgevonden. Dat alle betrokkenen uit het café kwamen en de incidenten zich binnen 350 meter van het café afspeelden, vond de rechtbank onvoldoende.

Gevecht bij de garderobe

In een wat oudere zaak lagen de feiten wat anders. In 2009 lukte het de burgemeester van Dordrecht wél om een danscafé te sluiten omdat er een vechtpartij ‘vanuit de inrichting’ had plaatsgevonden. Het resultaat van de vechtpartij was een slagaderlijke bloeding, een hoofdwond en de sluiting van het danscafé voor de duur van drie maanden. Waarom vond de rechter dat de horeca-exploitant in dit geval wél de gevolgen van de vechtpartij moest ondervinden? De grootste vechtersbazen hadden tegenover de politie verklaard dat ze vlak voor de vechtpartij uit het danscafé kwamen. Bovendien was ook op camerabeelden te zien dat zij vijf tot tien minuten voor de vechtpartij het danscafé hadden verlaten. Omdat er geen andere cafés in de buurt waren, vond de burgemeester het aannemelijk dat ook de andere onruststokers uit het danscafé kwamen. Ook heeft één van de betrokkenen verklaard dat de vechtpartij al in de garderobe van het danscafé was begonnen. De horeca-exploitant had dus moeten ingrijpen.

Conclusie

Ook voor horeca-exploitanten kan een vechtpartij gevolgen hebben. Als horeca-exploitant ben je verantwoordelijk voor het gedrag van je gasten, zolang dat plaatsvindt in de onderneming. Een oogje in het zeil houden is niet alleen aan te raden; het kan een nachtmerrie voorkomen. Streng optreden tegen overlaststokers voorkomt een hoop ellende achteraf. De extreme gevallen, zoals de hier beschreven zaken, zullen hopelijk de uitzondering op de regel zijn. Het is echter goed om te beseffen dat je verantwoordelijkheid als horeca-exploitant dus verder reikt dan de voordeur.

Deze bijdrage is geschreven door Michèl Kaptein (links op de foto) in het kader van de samenwerking tussen Catch Legal en Uitgeverij PS. Middels het periodiek schrijven van artikelen laat Catch Legal op toegankelijke wijze de Nederlandse horecaondernemer kennismaken met het bestuursrecht. De artikelen verschijnen op de websites en in de uitgaven van Uitgeverij PS. Klik hier voor het originele artikel.