Op 29 mei heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over zes vergunningen waaraan het PAS ten grondslag is gelegd. Hier hebben wij – en de rechtspraktijk – reikhalzend naar uit gekeken!

Waar ging het ook alweer over?

Even terug naar het begin: op 17 mei 2018 heeft de Afdeling aan het Europese Hof van Justitie (hierna: Hof) prejudiciële vragen gesteld over het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) en of het PAS voldoet aan de eisen die de Europese Habitatrichtlijn stelt aan een passende beoordeling. Kort gezegd is het PAS een programmatische aanpak die ten grondslag wordt gelegd aan vergunningen voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken in Natura 2000-gebieden. In plaats van een toetsing in het individuele geval, biedt het PAS de mogelijkheid om alle nadelige én positieve gevolgen bij elkaar op te tellen.

De vragen van de Afdeling kwamen hierop neer:

  1. Mag het PAS als algemeen toestemmingskader worden gebruikt voor het verlenen van vergunningen zonder individuele beoordeling?
  2. Mogen bepaalde activiteiten, zoals grondbemesting, worden toegestaan zonder vergunning?

Op 7 november 2018 kwam het Hof met antwoorden: het systeem van een programmatische aanpak is niet in strijd met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Volgens het Hof moet een programmatische aanpak wel aan een aantal strenge voorwaarden voldoen, namelijk:

  • alleen wanneer een grondige en volledige toetsing van de wetenschappelijke kwaliteit van de programmatische toetsing kan worden gegarandeerd – zodat er redelijkerwijs geen twijfel bestaat over de schadelijkheid van plannen – is een programmatische aanpak verenigbaar met de Habitatrichtlijn; en
  • het is niet verboden om bepaalde ontwikkelingen toe te staan zonder vergunning, mits uit de beoordeling blijkt dat er geen wetenschappelijke twijfel bestaat over het feit dat het plan geen schade kan veroorzaken.

Voor een uitgebreidere beschouwing van de uitspraak van het Hof verwijs ik naar een eerder blog van onze hand.

De uitspraak van de Afdeling

Op 29 mei heeft de Afdeling uitspraak gedaan in een zestal vergunningenprocedures. De Afdeling is helder: het PAS mag (in zijn huidige vorm) niet als basis voor een toestemming voor een activiteit worden gebruikt. De positieve gevolgen van de maatregelen die in het programma zijn opgenomen, staan vooraf onvoldoende vast. Met andere woorden: het PAS voldoet niet aan de door het Hof gestelde voorwaarden en is dus in strijd met de Habitatrichtlijn.

De gevolgen van deze uitspraak zijn groot. Met deze uitspraak is een streep gezet door zes vergunningen voor veehouderijen. En dat is niet het enige: er zijn nog ongeveer 180 zaken waarin op grond van het PAS toestemming is gegeven voor een activiteit en waartegen beroep is ingesteld. Gelet op deze uitspraak, zullen de andere vergunningen de eindstreep waarschijnlijk ook niet halen. Tegen deze uitspraak, en tegen de uitspraken die nog gaan komen, staat geen beroep open. De uitspraak heeft volgens de Afdeling geen gevolgen voor vergunningen die waartegen geen procedure is gestart en die daarom onherroepelijk zijn.

Voor wie meer wil weten over dit onderwerp raden wij het heldere filmpje aan waarin de Persstaatsraad de uitspraak bespreekt.

Catch Legal, Charlotte van Zuilekom en Melissa Zee

Bent u met vragen blijven zitten na het lezen van dit artikel, of bent u opzoek naar advies? Neem gerust contact op met een van onze juristen.