Bezwaar maken tegen een besluit? De wet schrijft dwingend voor dat je binnen zes weken nadat het besluit is bekendgemaakt een bezwaarschrift moet hebben ingediend. Is het bezwaarschrift te laat ingediend, dan rust op bezwaarde de plicht om te onderbouwen dat de termijnoverschrijding niet aan hem kan worden toegerekend. De bekendmaking van het besluit is bepalend voor het moment waarop de bezwaartermijn begint te lopen. Het is dan ook niet verrassend dat de wet ook dwingend voorschrijft op welke wijze besluiten moeten worden bekendgemaakt. Om ervoor te zorgen dat derden op de hoogte worden gesteld van (bekendgemaakte) besluiten, moet op bij wet voorgeschreven wijze kennis worden gegeven van die besluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed op 30 oktober 2019 uitspraak in het geschil tussen Exploitatiemaatschappij Gelredome en het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (ECLI:NL:RVS:2019:3628) dat in de kern gaat om deze belangrijke wettelijke bepalingen.

Wat was er aan de hand?

Bij besluiten van 8 maart en 16 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) omgevingsvergunningen verleend voor het transformeren van kantoorgebouwen tot appartementen met voorzieningen (verder: de omgevingsvergunningen). De omgevingsvergunningen zijn bekendgemaakt op 9 en 19 maart 2018 door toezending aan de aanvrager. Op 21 en 28 maart 2018 is van de omgevingsvergunningen kennisgegeven in het elektronische Gemeenteblad van Arnhem.

Exploitatiemaatschappij Gelredome is exploitant van een evenementencomplex dat zich in de nabijheid van de kantoorgebouwen bevindt. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunningen, omdat zij vreest dat zij daardoor in haar exploitatiemogelijkheden wordt beperkt. De bezwaarschriften van Gelredome zijn beide meer dan zes weken na bekendmaking van de omgevingsvergunningen door het college ontvangen en dus zijn de bezwaarschriften te laat ingediend.

Gelredome stelt zich op het standpunt dat de termijnoverschrijding haar niet kan worden toegerekend (de termijnoverschrijding is volgens haar “verschoonbaar”) aangezien het college enkel op elektronische wijze kennis heeft gegeven van de verleende omgevingsvergunningen. Volgens Gelredome is dat niet voldoende: het college had ook “op papier” kennis moeten geven van de omgevingsvergunningen, bijvoorbeeld in een huis-aan-huisblad.

Volstaat de elektronische kennisgeving?

Artikelen 3.8 en 3.9, aanhef en eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: Wabo) bepalen dat er mededeling moet worden gedaan van de verlening van een omgevingsvergunning. Die mededeling wordt gedaan in een huis-aan-huisblad of op andere geschikte wijze.

Artikel 2:14, tweede lid, Awb bepaalt de voorgeschreven wijze voor het kennisgeven van besluiten die zijn gericht aan een onbepaalde groep van personen. Voor dit type besluiten, zoals een omgevingsvergunning, geschiedt kennisgeving niet uitsluitend elektronisch (dus in elk geval ook op papier), tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Deze tenzij-bepaling biedt de decentrale regelgever de mogelijkheid om in een verordening te bepalen dat papieren kennisgeving niet langer nodig is en dat kan worden volstaan met een elektronische kennisgeving van een besluit.

De gemeenteraad van Arnhem heeft van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. In 2013 heeft hij de ‘Verordening elektronische publicatie gemeente Arnhem’ (verder: Verordening) vastgesteld. In artikel 2, tweede lid, van de Verordening wordt vermeld dat het elektronisch gemeenteblad kan worden gebruikt voor “de kennisgeving van besluiten die tot één of meer belanghebbenden zijn gericht”. De omgevingsvergunningen zijn dergelijke besluiten.

Artikel 2:14, tweede lid, Awb is ook van toepassing op mededelingen als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, aanhef en onder a, Wabo. De twee artikelen moeten in onderlinge samenhang worden uitgelegd dat op grond daarvan is vereist dat kennis wordt gegeven van dergelijke mededelingen op ten minste één niet-elektronische wijze, tenzij bij verordening anders is bepaald.

Het college meent dat, gelet op de bepaling in de Verordening, hij juist heeft gehandeld en een “papieren kennisgeving” van de verleende omgevingsvergunningen achterwege kon blijven. Gelredome voert aan dat de Verordening niet bepaalt dat kennisgeving van de omgevingsvergunningen uitsluitend elektronisch mag geschieden, maar slechts dat voor kennisgeving van het Gemeenteblad gebruik mag worden gemaakt.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: Afdeling) volgt Gelredome in haar standpunt: in de Verordening wordt inderdaad niet bepaald dat kennisgeving van besluiten uitsluitend op elektronische wijze geschiedt. Het college heeft dus niet op juiste wijze kennisgegeven van de omgevingsvergunningen.

Verschoonbare termijnoverschrijding?

Nu de Afdeling tot de conclusie is gekomen dat niet op juiste wijze is kennisgegeven van de omgevingsvergunningen, ligt het voor de hand dat Gelredome in haar gelijk wordt gesteld en dat de termijnoverschrijding haar niet kan worden toegerekend. Toch oordeelt de Afdeling daar anders over.

De Afdeling oordeelt namelijk dat Gelredome tijdig op de hoogte had kúnnen zijn van de verlening van de omgevingsvergunningen. Op het moment dat de Verordening van kracht is geworden, is op de Gemeentepagina in het papieren huis-aan-huisblad “Arnhemse Koerier” steeds expliciet vermeld dat bekendmakingen kunnen worden ingezien op www.overheid.nl of op afspraak. Dus als Gelredome de papieren kennisgevingen in de gaten had gehouden, had zij op de hoogte kunnen zijn van de verleende omgevingsvergunningen. Het is namelijk niet gebleken dat het raadplegen van deze website problematisch zou zijn. Kortom: de Afdeling toetst of Gelredome had kunnen weten dat de omgevingsvergunningen zijn verleend. Van Gelredome werd verwacht dat zij de elektronische kennisgeving zou vinden en tijdig bezwaar had gemaakt. Gelredome trekt aan het kortste eind.

Tot slot

Het is dus niet vanzelfsprekend dat een termijnoverschrijding verschoonbaar is als het bestuursorgaan niet op juiste wijze kennis heeft gegeven van een besluit. De Afdeling heeft eerder uitspraak gedaan in soortgelijke zaken. In haar uitspraak van 18 maart 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX4676) heeft zij, anders dan in de zaak van Gelredome, bijvoorbeeld de vraag beantwoord of dit gebrek kan worden gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 Awb. In die zaak komt de Afdeling tot de conclusie dat belanghebbenden kunnen zijn benadeeld door de onjuiste kennisgeving en dat dit gebrek om die reden niet kan worden gepasseerd. De bezwaarschriften worden alsnog behandeld.

In onderhavig geval is de Afdeling kennelijk van oordeel dat Gelredome niet is benadeeld, nu zij de weg van bezwaar (weliswaar te laat) heeft bewandeld. Daar komt het college in dit geval goed mee weg.

De lezer die meer wil weten over elektronisch communiceren met bestuursorganen, verwijs ik naar een eerdere blog van mijn hand.

Catch Legal, Melissa Zee