Search
Close this search box.

Handhaving en procederen

Portretten-CL2021-26

mr. Taciane Besselink

Jurist

Handhaving van omgevingsrecht: wij staan u graag juridisch bij.

Bestuurlijke sancties

“Heeft u plotseling een dwangsom of bestuurlijke boete ontvangen? Het is van cruciaal belang om snel actie te ondernemen. Tijdens handhavingsprocedures kunt u voor flinke uitdagingen komen te staan. Onze juridische experts bieden advies en vertegenwoordiging in procedures. Of het nu gaat om bezwaar, beroep of hoger beroep tegen overheidsbesluiten of het aanvechten van boetes, wij staan voor u klaar.” – Taciane
Overheden kunnen handhavend optreden tegen overtredingen. Als u hierbij betrokken wordt kan dit als een verrassing komen. Soms bent u zich niet eens bewust van de overtreding of kunt u bewijzen dat u niet verantwoordelijk bent voor de overtreding. Wij helpen u bij het verwoorden van uw bezwaren en het bepalen van de juiste strategie.

Tegen besluiten van de overheid kunt u juridische stappen ondernemen. Het proces is complex en vereist nauwkeurige opvolging van termijnen. Wij bieden professionele vertegenwoordiging namens u. Al meer dan 10 jaar staan wij particulieren, ondernemers en overheden bij gedurende bestuursrechtelijke procedures. Dit kunnen wij doen tot aan de hoogste bestuursrechter van Nederland.

Wij hebben de deskundigheid en ervaring om in elke situatie uw bezwaren juridisch te vertalen. Of het nu gaat om begeleiding bij uw vervolgstappen of om daadwerkelijke juridische bijstand tijdens de zitting.

Meer informatie

Door middel van het bestuursrecht kan de overheid zowel herstelsancties als bestraffende sancties opleggen. De last onder dwangsom en last onder bestuursdwang zijn herstelsancties. Dat betekent dat ze niet punitief zijn: ze worden niet opgelegd om te bestraffen. De herstelsanctie is bedoeld om de situatie te herstellen en de overtreding op te heffen. Binnen de gegeven begunstigingstermijn moet de overtreder voldoen aan de beschreven last: hij moet iets doen (of niet doen) om de overtreding ongedaan te maken (bijvoorbeeld een bouwwerk verwijderen en verwijderd houden). Als de overtreder niet aan de last voldoet, dan kunt u een dwangsom verbeuren (bij een last onder dwangsom) of kan de overheid zélf de overtreding ongedaan maken, op kosten van de overtreder (in het geval van een last onder bestuursdwang). Bij spoedeisende bestuursdwang wordt geen begunstigingstermijn gegeven. In dat geval zal de overheid zélf zo snel mogelijk de overtreding ongedaan maken, bijvoorbeeld omdat sprake is van een brandgevaarlijke of verkeersonveilige situatie. De overheid mag niet meerdere herstelsancties tegelijkertijd opleggen voor één overtreding; ze mogen elkaar wel opvolgen én ze mogen in combinatie met een bestraffende sanctie worden opgelegd.
In het bestuursrecht bestaat ook een bestraffende sanctie: de bestuurlijke boete. Dit besluit houdt de verplichting in om aan de overheid een geldsom te betalen als gevolg van een overtreding. De bestuurlijke boete is bedoeld als ‘straf’, maar kan door de overheid worden opgelegd zonder tussenkomst van een rechter of het Openbaar Ministerie. Het is niet mogelijk dat meerdere bestraffende sancties tegelijkertijd worden opgelegd voor één overtreding.

Heeft de overheid aangekondigd een sanctie aan u op te leggen of heeft u al een sanctiebesluit ontvangen? Neem contact op met onze juristen.
Na de bekendmaking van het besluit begint de termijn te lopen waarbinnen u bezwaar kan maken. De bezwaartermijn bedraagt zes weken en deze termijn is fataal.

Dat betekent dat een bezwaarschrift dat na de bezwaartermijn is ingediend niet in behandeling wordt genomen, tenzij sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Wanneer u een goede reden opgeeft voor het te laat indienen van het bezwaarschrift, kan deze toch in behandeling worden genomen.
De bezwaarprocedure staat in het teken van een volledige heroverweging door het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Het besluit wordt tegen het licht gehouden en nieuwe feiten en omstandigheden worden in de beslissing meegewogen. Voordat het bestuursorgaan beslist op uw bezwaarschrift, kunt u worden gehoord tijdens een hoorzitting bij een bezwaarschriftencommissie. Na de hoorzitting zal deze commissie een advies over het bezwaarschrift opstellen en uitbrengen aan het bestuursorgaan.
Ook voor het instellen van beroep geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint te lopen zodra de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt.

Binnen de termijn moet u uw beroepschrift indienen bij de rechtbank. Ook hier geldt dat uw beroepschrift niet in behandeling wordt genomen als deze te laat is ingediend. Voordat de zitting bij de bestuursrechter plaatsvindt, krijgt het bestuursorgaan de tijd om een verweerschrift in te dienen.

Ook voor het instellen van hoger beroep geldt een termijn van zes weken vanaf het moment dat de uitspraak van de beroepsrechter bekend is gemaakt.
De rechter beoordeelt of de beslissing op bezwaar correct is genomen en niet in strijd is met geldende wet- en regelgeving. Ter zitting zal de rechter alle betrokken partijen horen en vragen stellen. Binnen zes weken na de zitting doet de rechter uitspraak.

U moet griffierecht betalen voor het laten behandelen van uw beroepschrift. Als u in het proces werd vertegenwoordigd door een professionele rechtsbijstandsverlener en de rechter u in het gelijk stelt, ontvangt u een proceskostenvergoeding. Wanneer u het niet eens bent met de uitspraak van de beroepsrechter, dan kunt u daartegen hoger beroep instellen.
In Nederland zijn er vier hogerberoepsrechters. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ( de Afdeling), de Centrale Raad van Beroep (CRvB), het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Afdeling is de hogerberoepsrechter ten aanzien van alle algemene bestuursrechtzaken zoals handhavingszaken, het ruimtelijke ordeningsrecht, Apv-zaken en het vreemdelingenrecht. In zaken over bijvoorbeeld studiefinanciering, sociale zekerheids- of ambtenarenrecht is de CRvB de hoogste rechter. Het CBb behandelt zaken over de Meststoffenwet, Postwet, Warenwet, Mededingingswet en Telecommunicatiewet. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is de hoogste rechter met betrekking tot de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (de ‘Wet Mulder’). Uitspraken van de Afdeling, de CRvB, het CBb en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevatten eindoordelen: Het is niet mogelijk om op te komen tegen deze uitspraken.
Ook voor de behandeling van uw hogerberoepschrift moet u griffierecht betalen en ontvangt u een proceskostenvergoeding wanneer u werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandsverlener en u door de rechter in het gelijk wordt gesteld.
Gedurende een bestuursrechtelijke procedure bestaat ook de mogelijkheid om een voorlopige voorziening aan te vragen. U kunt zowel tijdens de bezwaar- als tijdens de (hoger) beroepsprocedure een verzoek om voorlopige voorziening indienen. Hiervoor is vereist dat u aantoont dat sprake is van een spoedeisende situatie die op korte termijn vraagt om een tijdelijke, tussentijdse oplossing. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de houder van een omgevingsvergunning al begint met bouwen nog voordat zijn vergunning onherroepelijk is. In zo’n geval kan de voorzieningenrechter het besluit (in dit geval de verleende vergunning) schorsen. De vergunninghouder moet dan de bouw staken en gestaakt houden totdat er een beslissing op bezwaar is genomen of totdat de (hoger) beroepsrechter uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (de ‘bodemzaak’). De voorzieningenrechter probeert in te schatten of de zaak in de bodemprocedure stand zal houden. Uiterlijk twee weken na de zitting doet de voorzieningenrechter uitspraak.
Catch Legal