Straatmeubilair
Dubbellaagse fietsenrekken zijn aan te merken als bouwwerk. Niet voor alle bouwwerken dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan, dan wel het bouwen van een bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval indien fietsenrekken kunnen worden gekwalificeerd als straatmeubilair. Dit begrip is van doorslaggevende betekenis voor het bepalen van de procedure (het plaatsen van straatmeubilair is voor beide handelingen vergunningvrij).

Infrastructurele of openbare voorziening
Het bestemmingsplan noch het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) kent een definitie van het begrip straatmeubilair. De memorie van toelichting bij de voorloper van het Bor (het Bblb) geeft ook geen definitie, maar noemt een aantal voorbeelden: “zitbanken, plantenbakken en dergelijke” (Stb. 2002-410, p. 38). Onder het Bor zijn de regels enigszins aangepast, in die zin dat het een bouwwerk moet betreffen ten behoeve van de infrastructurele of openbare voorziening. Opvallend is ook dat het begrip “van beperkte omvang” niet meer terugkomt in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) of het Bor. Vergunningvrij bouwen is nu gekoppeld aan de locatie en de functie ten behoeve waarvan het bouwwerk wordt opgericht (i.c. infrastructurele of openbare voorziening). De toelichting bij deze categorie vergunningvrije bouwwerken is niet gewijzigd of aangevuld (Stb 2010-143, p. 152). Kortom, bouwwerken ten behoeve van straatmeubilair zijn vergunningvrij wanneer een bijdrage aan “infrastructurele of openbare voorziening” wordt geleverd. Hetgeen impliceert dat het object in de openbare ruimte geplaatst kan worden.

Jurisprudentie
Gelet op de summiere parlementaire toelichting bij het begrip straatmeubilair, kan (en moet zelfs) aansluiting worden gezocht bij de jurisprudentie. Zo overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) dat het bij straatmeubilair op grond van het Bblb  gaat om bouwwerken die zijn bedoeld voor de inrichting van de openbare straat en aansluiten bij de publieke functie van de straat (ECLI:NL:RVS:2006:AZ3251). De rechtbank Alkmaar bestempelt een stadsplattegrond mét lichtreclame als straatmeubilair (ECLI:NL:RBALK:2007:BA3287). De Afdeling oordeelt in recentere jurisprudentie dat met het Bor niet is beoogd een wijziging aan te brengen ten opzichte van het Bblb met betrekking tot de vraag wat onder straatmeubilair dient te worden verstaan (Stb. 2010, 143, blz. 152) en merkt picknicktafels (ECLI:NL:RVS:2013:1755) en straatlantaarnpalen (ECLI:NL:RVS:2012:BY1003) aan als straatmeubilair in de zin van de Bor. Van doorslaggevende betekenis is steeds het openbare karakter van het object. Er is geen jurisprudentie over de kwalificatie van fietsenrekken als straatmeubilair.

Een overweging tot slot
Onder de Woningwet en het Bblb is het vergunningvrij oprichten van straatmeubilair altijd beperkt gebleven tot “bouwen met een beperkte omvang”. Dit begrip is echter in het Bor verlaten en er is een koppeling gemaakt met de locatie en de functie. Openbare fietsenrekken die in de openbare ruimte worden geplaatst kunnen worden gekwalificeerd als een openbare voorziening, zodat aan de eerste voorwaarde van artikel 2, onderdeel 18, onder g, van bijlage II bij het Bor is voldaan. De vraag rest of fietsenrekken kunnen worden gekwalificeerd als straatmeubilair. Fietsentrommels of andere kleine fietsenstallingen zijn dat wel (http://www.helpdeskbouwregels.nl/vraag/378). Of het plaatsen van meer omvangrijke fietsenrekken aan deze kwalificatie voldoet, valt echter (vanwege de omvang) te betwijfelen.

Catch Legal, Jet de Graaf, 17 december 2014.
Meer weten? Neem gerust contact op.