Fijne leefomgeving met milieuzonering (III): de toekomst

Deze driedelige blogreeks staat in het teken van milieuzonering. Dit is een ruimtelijk instrument waarmee de gemeente zowel een fijne woon- en leefomgeving creëert, als de milieuruimte van bedrijven beschermt. Milieuzonering is dus belangrijk voor iedereen: de overheid, bedrijven én particulieren. Een uitstekende reden om onze kennis hierover te delen!  

In deel I van onze blogreeks milieuzonering is inzichtelijk gemaakt wat het doel van milieuzonering is en welke afstanden de gemeenteraad kan hanteren. In deel II van onze blogreeks is het onderscheid tussen de twee omgevingstypen toegelicht: Wanneer is sprake van een rustige woonwijk en wanneer van een gemengd gebied? In dit laatste deel van onze blogreeks gaan wij in op de vraag hoe milieuzonering onder de Omgevingswet is geregeld.

Milieuzonering oude stijl

Zoals in onze eerdere blogs toegelicht, zorgt milieuzonering ervoor dat milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) op gepaste afstand van elkaar worden gerealiseerd. De grondslag hiervoor is artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), dat inhoudt dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor het vaststellen van bestemmingsplannen ten behoeve van de goede ruimtelijke ordening. De gepaste afstand tussen bedrijven en woningen wordt in juridisch bindende regels in het bestemmingsplan vastgelegd.

Er gelden geen wettelijk vastgelegde richtafstanden tussen bedrijven en woningen die in acht moeten worden genomen. De gemeenteraad moet de afstanden dus per geval onderbouwen. Wel kunnen gemeenten ter motivering van richtafstanden, gebruik maken van de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Ruimtelijke spoor en milieuspoor

In de Wro bestaat van oudsher een strikt onderscheid tussen het ruimtelijk spoor en het milieuspoor. Hierdoor is er maar beperkt ruimte om concrete milieunormen te vertalen in het bestemmingsplan. Via sectorale wetten wordt wel een koppeling gemaakt tussen milieunormen en het bestemmingsplan. Denk hierbij aan de geluidsnormen voor inrichtingen die gelden op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer of bepaalde afstandsnormen vanwege externe veiligheid. Deze normen worden niet rechtstreeks in het bestemmingsplan opgenomen, maar spelen wel een rol in de onderbouwing van het bestemmingsplan in het kader van een goede ruimtelijke ordening of een goed woon- en leefklimaat. Bijvoorbeeld de afweging om een bepaalde functie alleen op een industrieterrein mogelijk te maken. De afgelopen jaren is de grens tussen een milieunorm en een ruimtelijk relevante norm aan het vervagen en lijkt er meer ruimte te ontstaan voor milieueisen in bestemmingsplannen. Voorbeelden hiervan zijn het reguleren van stemgeluid op terrassen (in aanvulling op de normen in het Activiteitenbesluit milieubeheer die enkel zien op de horeca-inrichting zelf, zie o.a. ECLI:NL:RVS:2018:1942) of het statisch verwijzen in de planregels naar een geluidverdeelplan (ECLI:NL:RVS:2015:237).

Milieuzonering nieuwe stijl

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (nu voorzien op 1 januari 2023) komt de Wro te vervallen. Gemeenteraden stellen een omgevingsplan vast met het oog op het beschermen van de fysieke leefomgeving. Dat is een breder oogmerk dan een goede ruimtelijke ordening en biedt ook (meer) ruimte voor milieunormen in het omgevingsplan.

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de VNG in 2019 een nieuwe handreiking voor milieuzonering gepubliceerd, genaamd ‘Milieuzonering nieuwe stijl’. Onder het nieuwe stelsel van omgevingsrecht worden de sporen milieu en ruimtelijke ordening geïntegreerd en kunnen (of soms zelfs moeten) concrete milieunormen worden opgenomen in het omgevingsplan.

De nieuwe VNG-handreiking richt zich momenteel met name op bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte (ECLI:NL:RVS:2020:1408). De Crisis- en herstelwet maakt het namelijk al mogelijk dat aangewezen gemeenten, via het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen oefenen met het instrumentarium van de Omgevingswet. Bij wijze van experiment kunnen zij afwijken van de huidige omgevingsrechtelijke regels. In een bestemmingsplan met een verbrede reikwijdte wordt gebruik gemaakt van de nieuwe bevoegdheden die de Omgevingswet straks biedt, zoals het vaststellen van regels ten behoeve van een gezonde en veilige leefomgeving.

De publicatie van de nieuwe VNG-handreiking leidt er overigens niet toe dat de ‘oude’ handreiking niet meer mag worden toegepast. Wel heeft het VNG-bestuur al in 2017 aangegeven dat de ‘oude’ handreiking niet meer wordt geactualiseerd. Het gebruik van de nieuwe handreiking wordt door het VNG-bestuur dus wel aangeraden.

Inhoud nieuwe handreiking

In deel II van onze blogreeks hebben wij toelicht dat in de huidige handreiking een onderscheid wordt gemaakt in twee omgevingstypes: een rustige woonwijk en een gemengd gebied. Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging waarbij een kortere afstand tussen woningen en een milieubelastende functie acceptabel wordt bevonden. In de nieuwe handreiking gaat de VNG uit van drie gebiedstypes:
  • Industrieterreinen, bedrijventerreinen of andere werkgebieden: dit zijn gebieden waar de bedrijfsfunctie (of een andere werkgerelateerde functie) prevaleert;
  • Woongebieden: dit zijn gebieden waar de woonfunctie (en andere milieugevoelige functies) overheerst;
  • Gemengde gebieden met wonen (functiemenging): dit zijn gebieden met een tussenvorm met zowel milieugevoelige functies als bedrijfsfuncties, maar ook andere milieubelastende functies zoals horeca en detailhandel.
Er wordt in de nieuwe handreiking geen gebruik meer gemaakt van milieucategorieën, maar van de gebruiksruimte. Onder gebruiksruimte wordt verstaan de ruimte die een bedrijf mag benutten, zoals geluid- of geurruimte. Er wordt dan bijvoorbeeld binnen een zone rondom woningen een maximale geluidsnorm voorgeschreven. Hoe groter de afstand tot de woningen, hoe hoger deze norm zal zijn. Dit is dus een verschil met de ‘statische’ afstandsnormen uit de oude handreiking die uitgaan van richtafstanden op basis van de grootste overlastfactor per categorie bedrijf.

Belang voor de praktijk

De nieuwe handreiking biedt handvatten voor de onderbouwing van (toegestane functies in) het omgevingsplan. Daarmee lijkt het op het eerste gezicht een voortzetting van het huidige en veel gebruikte motiveringsinstrument. Maar let op: het staat gemeenten vrij om een andere (of voortzetting van de ‘oude’) werkwijze te hanteren in het omgevingsplan. Vanwege de ruimte die gemeenten hebben bij het opstellen van een omgevingsplan wordt het belangrijk om het gemeentelijke omgevingsplan te raadplegen. Voor milieuzonering geldt meer flexibiliteit en daarmee meer verschillen tussen gemeenten. Of milieuzonering nieuwe stijl nou eenvoudig beter wordt? Dat ligt dus in handen van gemeenten zelf. De praktijk moet dit uitwijzen.

Heeft u nog meer vragen over milieuzonering? Houd dan onze website goed in de gaten of neem contact op met een van onze juristen.

Interessant artikel?

Share on facebook
Deel op facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on email
Deel via mail

Gerelateerde berichten

bestemmingsplan

De Omgevingswet: Al ruim 10 jaar op komst!

Eind juni zou dan het besluit eindelijk komen over de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet. Maar de Eerste Kamer houdt het nog aan en blijft kritische vragen stellen over de wet en het daaraan onlosmakelijk verbonden DSO. Ter ere van bijna tien jaar Omgevingswet spanning staat Marit in deze blog stil bij de gebeurtenissen die hebben geleid tot het steeds maar uitstellen van de Omgevingswet!

Lees meer...
Catch Legal