Gezondheid onder de Omgevingswet: geen frituursnacks meer na 1 januari 2024?

Het is 1 januari 2024 geweest en dat betekent dat de (langverwachte) Omgevingswet in werking is getreden. Inmiddels staat het internet vol met blogs en artikelen over welke juridische gevolgen deze wet allemaal teweegbrengt. Eén van die gevolgen is het veranderende toetsingskader voor omgevingsvergunningen en omgevingsplannen. Zo moet gezondheid worden meegewogen bij de vaststelling en verlening van omgevingsplannen en omgevingsvergunningen.  

De vraag doet zich voor hoe ver dit toetsingskader reikt. Kunnen gemeenten bijvoorbeeld ongezond eten in de ban doen? De rechtbank Noord-Nederland heeft een interessante uitspraak gedaan over hoe gezondheid onder het huidig recht kan worden meegewogen. Hoe gezondheid onder de Omgevingswet volgens ons uitwerkt in de praktijk, leest u in onderstaande blog! 

Gezondheid in de fysieke leefomgeving 

Onder huidig recht is het toetsingskader voor omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen ‘een goede ruimtelijke ordening’. Onder de Omgevingswet wordt het toetsingskader voor omgevingsvergunningen en omgevingsplannen ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het toetsingskader verandert dus.  

Eén van de veranderingen die dit nieuwe toetsingskader met zich meebrengt, is dat gezondheid als omgevingsaspect moet worden meegewogen bij omgevingsvergunningen en omgevingsplannen. Dit blijkt ook uit de doelen van de Omgevingswet.  

Hoe kunnen gemeenten in een bestemmingsplan invulling geven aan gezondheid? 

Een gemeenteraad kon in een bestemmingsplan regels stellen met het oog op ‘een goede ruimtelijke ordening’. Gezondheid is an sich geen onderdeel van dit toetsingskader, want het is niet ruimtelijk relevant. Uit de rechtspraak blijkt dat een gemeente risico’s voor de volksgezondheid wel mag meewegen als hier een ruimtelijke component bij komt kijken.  

Bijvoorbeeld in een uitspraak van 8 juli 2020 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) waarin de gemeenteraad van Landerd weigert een bestemmingsplan vast te stellen, zodat een veehouderij niet kan worden uitgebreid. De reden hiervoor is de kleine afstand tussen de veehouderij en omwonenden. Volgens een rapport van de GGD is het risico op de verspreiding van zoönose of andere ziektes te groot door de kleine afstand tussen de veehouderij en de woningen. Uit deze uitspraak kunnen we dus opmaken dat de gevolgen van de activiteit die ziet op volksgezondheid ruimtelijk van aard of locatie gebonden moeten zijn.  

Een mogelijkheid onder huidig recht waarmee gemeenten fastfoodketens kunnen weren in een bestemmingsplan is het onderscheiden van verschillende categorieën horeca, met het oog op de leefbaarheid en het woon- leefklimaat in een omgeving. Dit blijkt onder andere uit een uitspraak van de Afdeling over bestemmingsplan ‘De Pijp 2005’. Volgens dit bestemmingsplan is niet op alle gronden die in het plan worden geregeld ‘horecacategorie 1’ toegestaan. Horecacategorie 1 is omschreven als fastfoodbedrijven die voornamelijk snelle en op gemaksvoeding gerichte etenswaren verkopen, zoals snackbars en fastfoodrestaurants. Hieronder vallen ook horecazaken waar (warme) stroopwafels voor directe consumptie worden verkocht. Op deze manier kan de gemeente dus invloed uitoefenen op het soort horeca en waar gemaksvoedselaanbieders wel en niet zijn toegestaan.  

Kunnen warme frituursnacks worden verboden in een omgevingsvergunning onder huidig recht? 

Op 2 augustus 2023 is een opmerkelijke uitspraak gedaan door de rechtbank Noord-Nederland. Deze zaak ging over een verleende omgevingsvergunning voor het exploiteren van een kiosk op midgetgolfbaan Eldorado op Vlieland. Eisers (de exploitanten van de kiosk/golfbaan) waren het niet eens met één van de vergunningvoorschriften en hebben op dit punt beroep ingesteld. 

In de omgevingsvergunning stond het voorschrift dat de kiosk enkel geëxploiteerd mag worden als er geen warme frituursnacks worden verkocht. Het college van B&W heeft dit vergunningvoorschrift opgenomen in het kader van (volks-)gezondheid en daarbij verwezen naar de Omgevingswet. Eisers voeren in beroep aan dat dit vergunningsvoorschrift niet deugdelijk is gemotiveerd, omdat gezondheid geen onderdeel is van het toetsingskader ‘een goede ruimtelijke ordening’.  

De rechtbank merkte op dat het belang van de (volks-)gezondheid in zijn algemeenheid ruimtelijk relevant kan zijn, maar dat dit niet zo ver gaat dat het college van B&W in een vergunningsvoorschrift kan opnemen dat warme frituursnacks op een midgetgolfbaan verboden zijn. Daarnaast merkte de rechtbank op dat de Omgevingswet nog niet in werking was getreden. Het college van B&W kon haar besluit niet baseren op een toekomstige wet. 

Hoe ver reikt gezondheid onder de Omgevingswet? 

De Omgevingswet ziet op activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat een omgevingsvergunning of een omgevingsplan onder de Omgevingswet regels bevat die gaan over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het toetsingskader onder de Omgevingswet is dus breder dan het huidige toetsingskader. Dit heeft een aantal juridische gevolgen.  

Het bereiken van een gezonde fysieke leefomgeving is één van de doelstellingen van de wet (artikel 1.3, onder a, van de Omgevingswet). Dat gezondheid expliciet is opgenomen als doel van de Omgevingswet is een verandering ten opzichte van huidig recht. Hieruit kan men dus afleiden dat gezondheid een belangrijk thema is onder de Omgevingswet en zal moeten worden meegewogen.  

Gezondheid beschermen  

Volgens de memorie van toelichting bij de Omgevingswet strekt het bereiken van een gezonde fysieke leefomgeving vooral tot het beschermen van de gezondheid tegen invloeden uit het milieu, bijvoorbeeld luchtverontreiniging of geluidsoverlast. Dit vloeit voort uit het voorzorgsbeginsel.  

Leefstijl beïnvloeden (preventief) 

Overheden moeten onder de Omgevingswet meer gezondheidswinst behalen door niet enkel in te zetten op bescherming, maar ook op bevordering door preventie. Gezondheid ziet namelijk niet alleen op het voorkomen van ziekten, maar heeft ook te maken met leefstijl.  

Kan een gemeente onder de Omgevingswet wél warme frituursnacks verbieden in een vergunningsvoorschrift? 

Naar onze inschatting reikt het toetsingskader gezondheid als onderdeel van het toetsingskader ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ in de fysieke leefomgeving niet zo ver dat frituursnacks en snackbars kunnen worden verboden. Het lijkt de bedoeling van de wetgever om vooral gezondheidsaspecten die een link hebben met de fysieke leefomgeving mee te wegen bij omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Dat zou betekenen dat de jurisprudentielijn wordt doorgezet onder de Omgevingswet. 2024 betekent dus niet het einde van warme frituursnacks! 

Meer informatie over de Omgevingswet? Neem gerust contact op met één van onze juristen. Of kijk op onze Omgevingswet-pagina.

 

Interessant artikel?

Deel op facebook
Deel op Twitter
Deel op Linkdin
Deel via mail

Gerelateerde berichten

Catch Legal