Omgevingsrecht

Het omgevingsrecht valt onder te verdelen in het ruimtelijk ordeningsrecht en het milieurecht. Het omgevingsrecht heeft betrekking op de indeling, wijziging en verandering van onze omgeving.

Ruimtelijke ordening
De woorden zeggen het eigenlijk al: dit rechtsgebied heeft betrekking op het ordenen van de beschikbare ruimte om ons heen. De regels zijn onder meer vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De gemeente stelt iedere 10 jaar een bestemmingsplan vast (artikel 3.1 Wro). In een dergelijk plan is opgenomen welke bestemming of bestemmingen de gronden van een gemeente toegekend krijgen, zoals bijvoorbeeld wonen, horeca of tuin. Aan elke bestemming zijn vervolgens regels verbonden, zoals bouwvoorschriften en regels ten aanzien van gebruik.

De provincies en het Rijk oefenen invloed uit op het bestemmingsplan door het opstellen van provinciaal en nationaal beleid (bijvoorbeeld een provinciale verordening of structuurvisie van het Rijk). De hogere overheden stellen regels en wetten op waaraan een bestemmingsplan moet voldoen en welke ontwikkelingen zij onwenselijk vinden of juist graag stimuleren.

Omgevingsvergunning
Het bestemmingsplan geeft een planologisch kader weer. Door middel van een omgevingsvergunning kan dat kader nader worden ingevuld of worden aangepast. Een omgevingsvergunning voor bouwen realiseert bijvoorbeeld de bestemming die het bestemmingsplan toestaat, zoals wonen door het bouwen van een huis en kantoor door het bouwen van een kantorengebouw. Ook is het mogelijk om met een omgevingsvergunning het gebruik van een bestaand gebouw te wijzigen. Zoals het wijzigen van winkel naar een woonhuis.

Voorheen had men bij het bouwen van een huis verschillende vergunningen nodig (bouwvergunning, gebruiksvergunning, sloopvergunning etc.). De inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo)) maakt dat op alle activiteiten waarvoor een vergunningen nodig is, worden geschaard onder de noemer ‘omgevingsvergunning’. In artikel 2.1 van de Wabo staan alle activiteiten opgesomd waarvoor een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Een aanvraag om omgevingsvergunning ten behoeve van een bouwplan wordt getoetst aan de betreffende bestemmingsplanregels (bouwregels en gebruiksregels). Indien een bouwplan voldoet aan de voorschriften neergelegd in het bestemmingsplan dan moet de gemeente de omgevingsvergunning verlenen (‘gebonden beschikking’). Voldoet de aanvraag niet aan de regels van het bestemmingsplan, dan weigert de gemeente de aanvraag. Middels een omgevingsvergunning kan ook worden afgeweken van de voorschriften in het bestemmingsplan (artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo). De mogelijkheid tot afwijken wordt geboden in het bestemmingsplan of in de nationale wetgeving (Besluit omgevingsrecht bijlage II (hierna: Bor). De aanvraag dient dan onder meer te passen binnen het beleid van de gemeente, de provincie en het Rijk en de voorwaarden opgenomen in het bestemmingsplan of het Bor.

Er komt dus nogal wat kijken bij het aanvragen van een omgevingsvergunning.

Grondexploitatiewet (Grex) (afdeling 6.4 Wro)
Eén van de kruisingen tussen het bestuursrecht en het privaatrecht is door de wetgever beschreven in de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De Grex-wet regelt onder meer de aan- en verkoop van gemeentegrond tussen het bestuursorgaan en een private partij. Het is een bijzondere situatie omdat de gemeente als privaat handelende partij optreedt, maar evengoed is gebonden aan de voor haar als bestuursorgaan geldende beginselen van behoorlijk bestuur.

Een grondexploitatie betreft een begroting waarin de kosten en de opbrengsten van de grond zijn opgenomen. De begroting wordt weergegeven in een exploitatieovereenkomst of -plan. Het is mogelijk om het uitgangspunt van een goede samenwerking te harden in een samenwerkingsovereenkomst. Dit wordt ook wel een publiek-private samenwerking (PPS) genoemd.

Crisis- en herstelwet (Chw)
Om ruimtelijke procedures efficiënter te laten verlopen en ontwikkelingen sneller te realiseren is de Crisis- en herstelwet in het leven geroepen. In eerste instantie was beoogd om deze wet tijdelijk in werking te laten treden om zodoende de economische crisis te bestrijden, maar op 21 oktober 2014 is de wet permanent geworden. Een aantal (tijdelijke) maatregelen uit de Chw zijn verwerkt in bijvoorbeeld de Awb en het scala van omgevingswetgeving. Het permanent maken van de Chw betekent minder administratieve lasten en flexibelere besluitvorming. De achterliggende gedachte van de Chw is de “economische structuurversterking” (Kamerstukken II 2011/12, 33135, nr. 3, p. 3).

De Chw is met name van toepassing op infrastructurele projecten, grote bouwprojecten en projecten op het gebied van duurzaamheid, energie en innovatie. Indien een project is aangewezen in de Chw dan zijn de bepalingen uit deze wet van toepassing op de ontwikkeling. De wet gaat stroperige en complexe procedures uit de weg (Kamerstukken II 2011/12, 33135, nr. 3, p. 3).  Zo kan bijvoorbeeld een bezwaarde tegen een project aangewezen in de Chw geen pro forma bezwaarschrift indienen (artikel 1.6 Chw).

Het omgevingsrecht is voortdurend in beweging. Heeft u hulp nodig bij het aanvragen van een omgevingsvergunning of bent u op zoek naar advies over de toepassing van de Grex-wet? Neem dan gerust contact op met één van onze bestuursrechtjuristen. Zij staan u graag te woord.