In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is in artikel 3.9, derde lid, bepaald dat het verstrijken van de termijn voor het beslissen op de aanvraag om omgevingvergunning resulteert in een van rechtswege verleende omgevingsvergunning (in jargon: de lex silencio positivo). Te lang stilzitten leidt in dat geval tot verlening van de omgevingsvergunning zonder een daadwerkelijk besluit daartoe van het bevoegd gezag.

Is op de aanvraag om omgevingsvergunning de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing (§ 3.2 van de Wabo) dan dient het bevoegd gezag (bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders van een gemeente) in beginsel binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag te beslissen. Het bevoegd gezag kan binnen deze acht weken besluiten de beslistermijn éénmaal met zes weken te verlengen. Blijft deze verlenging uit én zijn de acht weken verstreken, dan is de omgevingsvergunning automatisch verleend. Dit hoeft natuurlijk voor weinig problemen te zorgen, immers acht (plus zes) weken zouden voldoende moeten zijn om een (relatief eenvoudige) aanvraag om omgevingsvergunning te beoordelen en een besluit te nemen. Daar komt bij dat (bijna) alle aanvragen digitaal worden behandeld en vaak wordt aangegeven wanneer een termijn bijna verloopt. In de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 14 april 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ7768) wordt duidelijk dat het (desondanks) mis kan gaan.

In deze zaak is bij de gemeente een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend die ziet op het verbouwen en omvormen van de bestaande bedrijfswoningen tot één bedrijfswoning en het realiseren van een tweede bedrijfswoning op het perceel. De gemeente is van mening dat deze voorgenomen activiteit in strijd is met het vigerende bestemmingsplan. De aanvraag omgevingsvergunning is vervolgens, pas na afloop van de termijn van acht weken, geweigerd. Kennelijk wilde de gemeente niet meewerken aan het afwijken van het bestemmingsplan. De aanvrager van de omgevingsvergunning gaat tegen deze weigering in beroep en vervolgens in hoger beroep. In het hoger beroep is aangevoerd dat het plan wél in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Bovendien is de beslistermijn niet verlengd en dus verstreken, waardoor sprake is van een van rechtswege verleende vergunning. De Afdeling deelt de mening van appellant. Het plan past in het bestemmingsplan. Nu de acht weken termijn is verstreken en deze termijn niet is verlengd, is de vergunning van rechtswege verleend. De Afdeling heeft de uitspraak van de rechtbank en het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning vernietigd. Nu de vergunning van rechtswege is ontstaan hoeft de gemeente geen nieuw besluit te nemen.

Het is raadzaam, indien de aanvraag omgevingsvergunning onder de reguliere procedure van de Wabo valt, de termijnen goed in de gaten te houden. Stilzitten aan de kant van het bevoegd gezag kan zomaar leiden tot een van rechtswege verleende vergunning. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat pas gebruik mag worden gemaakt van de omgevingsvergunning indien deze door het bevoegd gezag bekend is gemaakt.

Catch Legal, Tanne van Wissen.
Meer weten? Neem gerust contact op.