Opnieuw een bestemmingsplanregel in strijd met de Dienstenrichtlijn

De gemeenteraad van de gemeente Duiven heeft op 13 maart 2018 het bestemmingsplan ‘Supermarkten Centrum Duiven’ vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een bestemmingsplanregel die de uitbreiding regelt van supermarkten in het centrum van Duiven. De gevestigde supermarkt Lidl kan zich niet verenigen met die bestemmingsplanregel, omdat deze volgens haar te beperkt is. De bestemmingsplanregel is in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn, aldus Lidl. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 4 december 2019 uitspraak gedaan in deze zaak (ECLI:NL:RVS:2019:4101).

De bestreden bestemmingsplanregel bevat een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid waarmee uitbreiding van supermarkten mogelijk wordt gemaakt. De bestemmingsplanregel biedt geen rechtstreekse uitbreidingsmogelijkheden voor supermarkten. Uitbreiding is  alleen mogelijk na verlening van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid geldt alleen op de daarvoor aangewezen locaties.

Gelet op de feitelijke situatie kan Lidl niet uitbreiden in het pand waarin zij is gevestigd. Haar pand grenst aan drie zijden aan de openbare ruimte. Het is aan die zijden fysiek onmogelijk om uit te breiden. Aan de resterende vierde zijde waar uitbreiding wel fysiek mogelijk is, wordt uitbreiding onmogelijk gemaakt. Aan die zijde is de mogelijkheid voor een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid nou net niet opgenomen.

Artikel 15 van de Dienstenrichtlijn bepaalt, kort gezegd, dat bestemmingsplanregels die een beperking opleggen aan dienstverrichters moeten voldoen aan drie eisen: De bestemmingsplanregel moet non-discriminatoir, noodzakelijk en evenredig zijn. Aan de hand van analyses en rapporten moet de gemeenteraad aantonen dat de bestemmingsplanregel aan deze eisen voldoet.

Lidl betoogt dat de betreffende bestemmingsplanregel in strijd is met (onder andere) het evenredigheidsvereiste. In deze zaak staat ter beoordeling of de gemeenteraad redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat de bestemmingsplanregel 1) geschikt is om het daarmee beoogde doel te bereiken en 2) daartoe niet verder gaat dan noodzakelijk is. Van belang daarbij is onder andere of die doelen niet met andere, minder beperkende maatregelen kunnen worden bereikt.

Het doel van de betreffende bestemmingsplanregel is het voorkomen van ongewenste verkeers- en parkeergevolgen. De gemeenteraad stelt dat een uitbreiding van een supermarkt tot gevolg heeft dat de bezoekersstroom toeneemt, wat leidt tot verkeers- en parkeerproblematiek. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) oordeelt dat de gemeenteraad deze stelling niet heeft onderbouwd aan de hand van een analyse met specifieke gegevens. Er zijn geen gegevens overgelegd waaruit de verkeersaantrekkende werking van supermarkten blijkt en waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat die verkeersaantrekkende werking negatieve ruimtelijke effecten heeft vanwege verkeer en parkeren. De Afdeling kan dus niet beoordelen of de regel geschikt is om het doel te bereiken. Lidl betoogt in de beroepsprocedure dus met succes dat de bestemmingsplanregel in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

De Afdeling draagt de gemeenteraad op de bestemmingsplanregel alsnog te onderbouwen met specifieke gegevens of het besluit te wijzigen door vaststelling van een andere bestemmingsplanregel. Wordt vervolgd!

Wilt u meer weten over de evenredigheid van bestemmingsplanregels? Lees dan onze blogreeks over De lessen van Appingedam: deel I, II en III of neem contact op met een van onze juristen.

Interessant artikel?

Share on facebook
Deel op facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on email
Deel via mail

Laat een bericht achter

Gerelateerde berichten