PAS-melders zeven jaar later: nog steeds geen oplossing

De Rechtbank Oost-Brabant oordeelde op 4 juni 2026 voor de tweede keer dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (het college) de afwijzing van een handhavingsverzoek onvoldoende heeft onderbouwd (ECLI:NL:RVS:2026:3855). De zaak gaat over een varkenshouderij die zonder de vereiste natuurvergunning in werking is. De rechtbank spreekt van een “herhaling van zetten” en roept de wetgever op tot actie. 

 

Wat speelt er? 

Eiseres heeft het college op 24 augustus 2021 verzocht om handhavend op te treden op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) — nu artikel 5.1, eerste lid onder e, van de Omgevingswet. De varkenshouderij heeft in 2016 een PAS-melding ingediend voor de gewijzigde uitvoering van stal 1. Het college heeft deze melding destijds geaccepteerd. Op 29 mei 2019 verklaarde de Afdeling het Programma Aanpak Stikstof (PAS) onverbindend omdat deze niet voldoet aan de Habitatrichtlijn. Hierdoor heeft de PAS-melding geen rechtskracht meer en is alsnog een natuurvergunning vereist.  

Het college weigerde in 2021 te handhaven. De rechtbank vernietigde dat besluit in 2022 (ECLI:NL:RBOBR:2022:670). Het college nam in januari 2025 een nieuw besluit op bezwaar — maar onderbouwde dat opnieuw onvoldoende. Wat was er mis met het besluit? 

 

Drie gebreken in het besluit 

De rechtbank stelt drie tekortkomingen vast in het bestreden besluit: 

  1. Individuele belangen van de varkenshouderij zijn niet in kaart gebracht. Dit had het college wel moeten doen. Om tot deze conclusie te komen, verwijst de Afdeling naar drie eerdere uitspraken. (ECLI:NL:RVS:2024:844, ECLI:NL:RVS:2024:852 en ECLI:NL:RVS:2024:838) 
  1. Geen aandacht besteed aan de instandhouding van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Een abstracte tijdswinst-berekening van “minder dan 1 uur in 2030” bij handhavend optreden is geen volwaardige afweging van het natuurbelang. De Afdeling verwijst in dit kader naar rechtsoverweging 9.3 van de uitspraak van de Afdeling van 15 mei 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2051). 
  1. Onjuiste veronderstelling over legalisatie. Het besluit gaat ervan uit dat medio 2025 concreet zicht op legalisatie bestaat. Eisers stellen terecht vast dat dit niet klopt. De Afdeling verwijst hiervoor naar het oordeel van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch in zijn arrest van 17 februari 2026 (ECLI:NL:GHSHE:2026:364). Het legalisatieprogramma voor veel PAS-melders biedt geen uitkomst door een tekort aan stikstofruimte. 

 

Appel aan de wetgever 

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes maanden een nieuw — inmiddels derde — besluit te nemen. Tegelijk geeft de rechtbank een duidelijk signaal aan de wetgever: de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is verplicht om samen met de provincies een legalisatieprogramma vast te stellen. Het programma bevat primair gerichte maatregelen voor het verminderen van stikstofemissie. Dat programma moet vóór 1 mei 2026 worden vastgesteld en de maatregelen worden uitgevoerd vóór 1 maart 2028. 

 

Partijen opgeroepen tot overleg 

De rechtbank roept partijen op zelf een regeling te treffen. De vrijheid van ondernemerschap en het recht op ongestoord genot van eigendom worden beperkt door artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Van de derde-partij mag dus enige inspanning worden verwacht, zeker nu de wetgever en de rechtspraak geen aanleiding hebben gezien voor een generaal pardon voor PAS-melders. 

 

Heeft u vragen over PAS-melders, natuurvergunningen of handhavingsprocedures? Onze specialisten denken graag met u mee.

Interessant artikel?

Deel op facebook
Deel op Twitter
Deel op Linkdin
Deel via mail

Gerelateerde berichten

Catch Legal