Procederen

Bent u het niet eens met een besluit van de overheid en wilt u daar tegen opkomen? Dan rest soms nog maar één mogelijkheid: procederen. Met onze proceservaring staan wij u graag bij.

  • Al meer dan 10 jaar succesvol procederen
  • Bezwaar, beroep en hoger beroep
  • Uw partner in een juridische procedure

Stel direct uw vraag:

Rechtsmiddelen

“Procederen tegen de overheid is geen piece of cake.”Maisam

Tegen een besluit van de overheid kunt u rechtsmiddelen aanwenden. In beginsel is dat bezwaar, beroep of hoger beroep, maar ook kan in sommige procedures een zienswijze worden ingediend of kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Alle procedures zijn met een arsenaal aan procedurele regelgeving omkleed en de daarbij behorende termijnen moeten nauwlettend in de gaten worden gehouden. Professionele procesvertegenwoordiging is in een bestuursrechtelijke procedure dan ook geen overbodige luxe.

Onze gespecialiseerde bestuursrechtjuristen hebben ruime proceservaring tot aan de hoogste bestuursrechtelijke instanties van Nederland. Al meer dan 10 jaar staan wij particulieren, ondernemers en overheden bij gedurende bestuursrechtelijke procedures zonder de strategie uit het oog te verliezen. Procederen is namelijk niet altijd de enige optie in de zoektocht naar een goede uitkomst.

Wij helpen u graag op weg met uw vervolgstappen, maar staan net zo graag aan uw zijde op de momenten waarop u een helpende hand kunt gebruiken.

Meer informatie

Na de bekendmaking van het besluit begint de termijn te lopen waarbinnen u bezwaar kan maken. De bezwaartermijn bedraagt zes weken en deze termijn is fataal. Dat betekent dat een bezwaarschrift dat na de bezwaartermijn is ingediend niet in behandeling wordt genomen, tenzij sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Wanneer u een goede reden opgeeft voor het te laat indienen van het bezwaarschrift, kan deze toch in behandeling worden genomen.

De bezwaarprocedure staat in het teken van een volledige heroverweging door het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Het besluit wordt tegen het licht gehouden en nieuwe feiten en omstandigheden worden in de beslissing meegewogen. Voordat het bestuursorgaan beslist op uw bezwaarschrift, kunt u worden gehoord tijdens een hoorzitting bij een bezwaarschriftencommissie. Na de hoorzitting zal deze commissie een advies over het bezwaarschrift opstellen en uitbrengen aan het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan beslist uiteindelijk of zij het advies van de bezwaarschriftencommissie volgt of ervan afwijkt. Als hij besluit om van het advies af te wijken, moet dit goed worden gemotiveerd; neemt hij het advies over, dan is het voldoende om te verwijzen naar het advies. Als u het niet eens bent met de beslissing op bezwaar, kunt u beroep instellen bij de bestuursrechter.

Ook voor het instellen van beroep geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint te lopen zodra de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt. Binnen de termijn moet u uw beroepschrift indienen bij de rechtbank. Ook hier geldt dat uw beroepschrift niet in behandeling wordt genomen als deze te laat is ingediend. Voordat de zitting bij de bestuursrechter plaatsvindt, krijgt het bestuursorgaan de tijd om een verweerschrift in te dienen.

De rechter beoordeelt of de beslissing op bezwaar correct is genomen en niet in strijd is met geldende wet- en regelgeving. Ter zitting zal de rechter alle betrokken partijen horen en vragen stellen. Binnen zes weken na de zitting doet de rechter uitspraak. U moet griffierecht betalen voor het laten behandelen van uw beroepschrift. Als u in het proces werd vertegenwoordigd door een professionele rechtsbijstandsverlener en de rechter u in het gelijk stelt, ontvangt u een proceskostenvergoeding. Wanneer u het niet eens bent met de uitspraak van de beroepsrechter, dan kunt u daartegen hoger beroep instellen.

Ook voor het instellen van hoger beroep geldt een termijn van zes weken vanaf het moment dat de uitspraak van de beroepsrechter bekend is gemaakt. In Nederland zijn er vier hogerberoepsrechters. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ( de Afdeling), de Centrale Raad van Beroep (CRvB), het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Afdeling is de hogerberoepsrechter ten aanzien van alle algemene bestuursrechtzaken zoals handhavingszaken, het ruimtelijke ordeningsrecht, Apv-zaken en het vreemdelingenrecht. In zaken over bijvoorbeeld studiefinanciering, sociale zekerheids- of ambtenarenrecht is de CRvB de hoogste rechter. Het CBb behandelt zaken over de Meststoffenwet, Postwet, Warenwet, Mededingingswet en Telecommunicatiewet. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is de hoogste rechter met betrekking tot de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (de ‘Wet Mulder’). Uitspraken van de Afdeling, de CRvB, het CBb en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevatten eindoordelen: Het is niet mogelijk om op te komen tegen deze uitspraken.

Ook voor de behandeling van uw hogerberoepschrift moet u griffierecht betalen en ontvangt u een proceskostenvergoeding wanneer u werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandsverlener en u door de rechter in het gelijk wordt gesteld.

Gedurende een bestuursrechtelijke procedure bestaat ook de mogelijkheid om een voorlopige voorziening aan te vragen. U kunt zowel tijdens de bezwaar- als tijdens de (hoger) beroepsprocedure een verzoek om voorlopige voorziening indienen. Hiervoor is vereist dat u aantoont dat sprake is van een spoedeisende situatie die op korte termijn vraagt om een tijdelijke, tussentijdse oplossing. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de houder van een omgevingsvergunning al begint met bouwen nog voordat zijn vergunning onherroepelijk is. In zo’n geval kan de voorzieningenrechter het besluit (in dit geval de verleende vergunning) schorsen. De vergunninghouder moet dan de bouw staken en gestaakt houden totdat er een beslissing op bezwaar is genomen of totdat de (hoger) beroepsrechter uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (de ‘bodemzaak’).

De voorzieningenrechter probeert in te schatten of de zaak in de bodemprocedure stand zal houden. Uiterlijk twee weken na de zitting doet de voorzieningenrechter uitspraak.

Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kan iedereen een verzoek om informatie indienen bij een bestuursorgaan van een overheidsinstelling. Voor het indienen van een Wob-verzoek hoef je niet aan te kunnen tonen dat je een belang hebt bij de opgevraagde informatie. U kunt verzoeken om schriftelijke informatie, maar ook om geluidsopnames, foto’s, films of digitale correspondentie (denk aan WhatsApp-berichten). De informatie kan alleen worden verstrekt als deze daadwerkelijk is vastgelegd en betrekking heeft op (de de voorbereiding of uitvoering van) beleid van de overheidsinstelling. Voor het indienen van een Wob-verzoek hoeft u geen leges te betalen.

Het bestuursorgaan heeft vier weken de tijd om te beslissen over uw Wob-verzoek. De termijn kan eenmalig met vier weken worden verlengd. Indien het bestuursorgaan na die acht weken nog steeds geen beslissing heeft genomen, kunt u het bestuursorgaan in gebreke stellen. Daarmee maant u het bestuursorgaan aan om alsnog, binnen twee weken, een beslissing te nemen. Zijn de twee weken verstreken, dan kunt in bezwaar of beroep, omdat het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen.

De beslissing kan inhouden dat de documenten (gedeeltelijk) worden geopenbaard, maar ook dat openbaarmaking wordt geweigerd. Als u het niet eens bent met de beslissing, dan kunt bezwaar maken bij het bestuursorgaan. Eventueel kunt u tegen de beslissing op bezwaar in beroep bij de rechtbank en in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.