Procederen

Bent u het niet eens met een besluit van de overheid, zoals een omgevingsvergunning of exploitatievergunning? Dan rest vaak nog maar één mogelijkheid: procederen. Professionele procesvertegenwoordiging is in een bestuursrechtelijke procedure geen overbodige luxe. Voordat u het weet wordt u geconfronteerd met fatale termijnen of niet te doorgronden wetten en regels. In de Algemene wet bestuursrecht zijn de algemene regels voor procedures opgenomen.

Rechtsmiddelen
Tegen een besluit kan in de meeste gevallen de rechtsmiddelen bezwaar, beroep en hoger beroep worden aangewend. Maar er zijn ook afwijkende procedures denkbaar (bijvoorbeeld het indienen van een zienswijze en vervolgens beroep in enige aanleg). Een tijdelijke oplossing tegen het besluit kan geboden worden door een verzoek om een voorlopige voorziening bij een rechterlijke instantie. Dit heet ook wel een bestuursrechtelijk kort geding.
Een voorbeeld: u heeft een horecabedrijf en wil graag een terras aan de zijkant van uw bedrijf. In veel gevallen verleent de gemeente (burgemeester) aan u de vergunningen die noodzakelijk zijn, zoals een terrasvergunning en een Drank- en Horecawetvergunning. Het kan ook zijn dat de gemeente de vergunningen weigert. Tegen dat besluit kunt u rechtsmiddelen aanwenden. Hetzelfde geldt voor een vergunning van een derde waarmee u zich niet kunt verenigen. Ook hiertegen kunt u, als u voldoende belang heeft, rechtsmiddelen aanwenden.

Procederen tegen de overheid zoals een gemeente, is geen piece of cake. U hoeft zich in het bestuursrecht evenwel niet te laten vertegenwoordigen door een advocaat. U kunt zich ook laten bijstaan door een gespecialiseerd bestuursrechtjurist.

Bezwaar
Na de bekendmaking van het besluit (veelal door toezending van het besluit aan de aanvrager) vangt de termijn aan om bezwaar te maken. De bezwaartermijn bedraagt zes weken, deze termijn is fataal. Een bezwaarschrift dat is ingediend na de bezwaartermijn zal niet in behandeling worden genomen, tenzij sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Dit houdt in dat ondanks dat uw bezwaarschrift te laat is ingediend de door u opgegeven goede reden voor het te laat indienen betekent dat u wel in uw bezwaar kan worden ontvangen.
Wordt het bezwaarschrift in behandeling genomen, dan verloopt de procedure als volgt. De bezwaarprocedure staat in het teken van een volledige heroverweging door het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Het besluit wordt tegen het licht gehouden en nieuwe feiten en omstandigheden dienen te worden meegewogen. Voordat het bestuursorgaan beslist op uw bezwaarschrift, stelt zij u in de gelegenheid om te worden gehoord tijdens een hoorzitting bij een bezwaarschriftencommissie. Na de hoorzitting zal de bezwaarschriftencommissie een advies met betrekking tot het bezwaarschrift opstellen en uitbrengen aan het bevoegde bestuursorgaan. Het bestuursorgaan beslist uiteindelijk of zij het advies van de bezwaarschriftencommissie volgt of er van afwijkt. Besluit het bestuursorgaan om af te wijken van het advies van de bezwaarschriftencommissie, dan dient zij dit goed te motiveren; neemt zij het advies over dan is het voldoende om te verwijzen naar het advies. Tegen de beslissing op bezwaar kan vervolgens beroep worden ingesteld.

Beroep
Voor beroep geldt dezelfde termijn van zes weken als in de bezwaarprocedure. De beroepstermijn vangt aan na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Binnen deze termijn dient u uw beroepschrift in te dienen bij de bevoegde rechtbank. Ook in dit geval zal uw beroep niet in behandeling worden genomen indien dit buiten de termijn wordt ingediend.
Gaat u tegen de beslissing op bezwaar in beroep dan dient het geding in eerste aanleg bij de bestuursrechter. De toetsing van het bestreden besluit zal geschieden in een rechtbank voor een enkelvoudige of meervoudige kamer (afhankelijk van de complexiteit van het beroep). Voordat de zitting plaatsvindt, krijgt het bestuursorgaan de tijd om een verweerschrift in te dienen.

Het bestuursorgaan dient bij de heroverweging in bezwaar rekening te houden met de relevante wijzigingen van feiten en omstandigheden die zich sinds het nemen van het besluit hebben voortgedaan. De rechter toetst (grotendeels) op een andere wijze namelijk ‘ex tunc’. Hij beoordeelt het bestreden besluit op grond van de feitelijke en juridische situatie zoals deze was op het moment van het nemen van de beslissing op bezwaar. De rechter beziet of het besluit destijds correct genomen is en niet in strijd is met de geldende wet- en regelgeving.
Ter zitting zal de rechter alle betrokken partijen horen en vragen stellen. Aan het einde van de zitting zal hij nog geen uitspraak doen, deze volgt in beginsel zes weken later.

Voor de behandeling van uw beroepschrift bent u griffierecht verschuldigd. Indien u in uw gelijk wordt gesteld ontvangt u, bij vertegenwoordiging door een professionele rechtsbijstandverlener, een proceskostenvergoeding.

Mocht u het niet eens zijn met de uitspraak van de rechter in eerste aanleg dan kunt u tegen de uitspraak hoger beroep indienen.

Hoger beroep

Wederom geldt dat u binnen zes weken na bekendmaking van de uitspraak u hoger beroep dient in te stellen. De kwestie zal tot slot worden voorgelegd aan de hoogste rechter die zijn oordeel zal vellen over de zaak.
In Nederland zijn er vier hoger beroepsrechters. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB), het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: CBb) en het gerechtshof Leeuwarden. De Afdeling is de hoger beroepsrechter ten aanzien van alle algemene bestuursrechtzaken zoals handhavingszaken, het ruimtelijke ordeningsrecht, Apv-zaken en het vreemdelingenrecht. Indien u een hoger beroepszaak heeft ingesteld met betrekking tot studiefinanciering, sociale zekerheids- en ambtenarenrecht dan is de CRvB de hoogste rechter. De CBb behandelt zaken betreffende de Meststoffenwet, Postwet, Warenwet, Mededingingswet en Telecommunicatiewet. Het gerechtshof Leeuwarden is de hoogste rechter inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (ook wel Mulderzaken). Een uitspraak van de Afdeling, de CRvB, de CBb en het gerechtshof Leeuwarden geven een eindoordeel over de zaak, daarna bestaat er geen mogelijkheid meer om het besluit aan te vechten.

Ook voor de behandeling van uw hogerberoepschrift bent u griffierecht verschuldigd en ontvangt u indien u in uw gelijk wordt gesteld, bij vertegenwoordiging door een professionele rechtsbijstandverlener, een proceskostenvergoeding.

Voorlopige voorziening
In de bestuursrechtelijke procedure bestaat ook de mogelijkheid om een voorlopige voorziening aan te vragen; dit wordt ook wel het bestuursrechtelijk kort geding genoemd. Een verzoek om voorlopige voorziening kan ingediend worden gedurende de bezwaarprocedure of (hoger) beroepsprocedures. Er dient sprake te zijn van een spoedeisende situatie (een belang) waarvoor een tijdelijke oplossing gewenst is. U kunt bijvoorbeeld om voorlopige voorziening verzoeken indien de vergunninghouder al begint met het bouwen voordat de omgevingsvergunning onherroepelijk is. Door het verzoek een voorlopige voorziening te treffen kan het besluit (de vergunning) geschorst worden. De voorzieningenrechter sommeert de vergunninghouder de bouw te staken en gestaakt te houden totdat er een beslissing op bezwaar is genomen of een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (en dus beoordeeld is of de vergunning terecht is verleend). De voorzieningenrechter maakt een inschatting of de zaak in de bodemprocedure wel of niet stand zal houden. U ontvangt een uitspraak van de voorzieningenrechter uiterlijk twee weken na zitting.

Al met al is bestuursrechtelijk procederen niet eenvoudig. Heeft u nog vragen of wilt u procederen tegen een besluit? Onze bestuursrechtjuristen beantwoorden graag uw vragen en zo nodig kunnen zij u vertegenwoordigen tijdens een van bovenstaande procedures. Neem gerust contact op.