Recente wijzigingen van het Besluit omgevingsrecht

Naar aanleiding van landelijke ontwikkelingen en recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) is met de publicatie van het Besluit van 14 augustus 2015 (Stb. 2015, 323) het Besluit omgevingsrecht per 9 september 2015 gewijzigd. De belangrijkste veranderingen zetten wij hieronder voor u op een rij.

Opvang van asielzoekers
Gelet op de aanhoudende stijging van het aantal asielzoekers bestaat er bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) behoefte om snel nieuwe opvangmogelijkheden te realiseren. Met de twee onderstaande wijzigingen wordt gehoor gegeven aan deze wens.

Het wijzigen van het gebruik van bouwwerken buiten de bebouwde kom, middels de reguliere procedure, was voorheen alleen mogelijk voor zover het logiesfunctie voor werknemers betreft. Door wijziging van artikel 4, onderdeel 9, van Bijlage II bij het Bor is dit ook mogelijk voor de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. Denk hierbij aan het gebruik van recreatiewoningen in het buitengebied. Dit betekent dat op deze aanvragen de reguliere voorbereidingsprocedure (in beginsel 8 weken) van toepassing is in plaats van de uitgebreide voorbereidingsprocedure (circa 26 weken).

De tweede wijziging centraliseert de besluitvorming over de opvang van asielzoeker. De oude artikelen 3.1, onder b, en 3.2, onder b, van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor), bepalen dat bij een project waarbij sprake is van een provinciaal of nationaal ruimtelijk belang, Gedeputeerde Staten respectievelijk de betrokken Minister het bevoegd gezag is om op de aanvraag om omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan te beslissen. Voorheen kon deze bevoegdheid alleen een rol spelen bij aanvragen waarop de uitgebreide procedure van toepassing was (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º van de Wabo). Door wijziging van voorgenoemde artikelen wordt het voor Gedeputeerde Staten dan wel de betrokken Minister ook mogelijk om op een aanvraag te beslissen waarbij de reguliere voorbereidingsprocedure (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo) van toepassing is, voor zover het de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen betreft. Belangrijk hierbij is dat niet langer is vereist dat het gaat om een ruimtelijk belang.

De medewerking van gemeenten bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning is in projecten met een provinciaal of nationaal belang en voor zover het de opvang van asielzoekers betreft, door deze wijziging niet meer vereist. Wel dient het provinciaal of nationaal belang in de omgevingsvergunning te worden gemotiveerd.

Uitbreidingen van een bouwwerk
Voorts is met de wijziging van het Bor de reikwijdte van artikel 4, onderdeel 4, van Bijlage II bij het Bor verduidelijkt en verruimd. Met dit onderdeel kan een dakkapel, dakopbouw of soortgelijke uitbreiding van een gebouw middels de reguliere voorbereidingsprocedure worden vergund.

Door een aantal partijen, waaronder gemeenten, woningcorporaties en energieleveranciers, is een project geïnitieerd, ondersteund door het ministerie van BZK, waarbij vraag en aanbod wordt gecreëerd om met name rijwoningen in de periode 1950-1980 zodanig te isoleren en aan te passen dat ze energieneutraal worden. Door de toevoeging “dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw” aan artikel 4, onderdeel 4, van Bijlage II bij het Bor kan een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan middels de reguliere voorbereidingsprocedure worden verkregen.

In een recente uitspraak inzake de realisatie van een dakterras is door de Afdeling geoordeeld dat deze niet met toepassing van artikel 4 van Bijlage II bij het Bor vergund kan worden en derhalve de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is op een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan (ECLI:NL:RVS:2015:1801). Het reeds bestaande dakterras was gerealiseerd op een vrijstaande schuur. De Afdeling is van oordeel dat een dakterras niet kan worden aangemerkt als een uitbreiding van het hoofdgebouw omdat deze niet is voorzien van een dak en niet is geplaatst op het hoofdgebouw (artikel 4, onderdeel 1). Ook is een dakterras geen zelfstandig bouwwerk waardoor ook geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 4, onderdeel 3. Dit is echter niet wat door de Minister is beoogd. Ter verduidelijking wordt in het onderdeel de zinsnede “een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw” opgenomen, waardoor bij een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van de realisatie van een dakterras de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is.

Catch Legal, Merel Brinkman.

Meer weten? Neem gerust contact op.

 

Interessant artikel?

Share on facebook
Deel op facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on email
Deel via mail

Gerelateerde berichten