Het bedrijf dat sterke drank laat bezorgen is geen slijtersbedrijf in de zin van de Drank- en Horecawet

De rechtbank Oost-Brabant heeft zich onlangs uitgelaten over de vraag of een bedrijf dat via internet drank laat bezorgen, zich schuldig maakt aan oneigenlijke uitoefening van een slijtersbedrijf (ECLI:NL:RBOBR:2015:3890).

De casus is als volgt. Gemachtigde van eiser bestelt via internet een fles drank en laat dat pakket bezorgen op zijn kantooradres. De fles drank wordt besteld via een Nederlandse website bij een in Spanje gevestigde onderneming. Het bedrijf dat de fles drank daadwerkelijk bezorgd is een expediteur die in opdracht van opdrachtgevers, door het inschakelen van vervoerders, pakketten laat bezorgen aan geadresseerden. Dat doet het bedrijf in grote omvang (tot wel 100.000 pakketten per nacht). De medewerkers van het bedrijf en de vervoerders zijn niet op de hoogte van de inhoud van de pakketten.

De bezorging van de fles drank is een list. Eiser ziet voldoende aanleiding om een tweeledig handhavingsverzoek in te dienen. Ten eerste verzoekt eiser op basis van de bezorging de gemeente om handhavend op te treden wegens het handelen in strijd met de Drank- en Horecawet vanwege het oneigenlijk uitoefenen van een slijtersbedrijf. Voorts stelt eiser dat bij afgifte van de fles drank (in een andere gemeente) niet is gecontroleerd of sprake was van particulier gebruik en evenmin heeft er leeftijdscontrole plaatsgevonden, hetgeen ook in strijd is met de Drank- en Horecawet, aldus eiser.

De gemeente brengt hier tegenin dat zij om twee redenen niet bevoegd is om handhavend op te treden: ten eerste omdat de bezorging en leeftijdscontrole in een andere gemeente hebben plaatsgevonden en ten tweede omdat in dit geval noch in andere gevallen sprake is van een slijtersbedrijf.

De rechtbank ziet zich beperkt tot de vraag of sprake is van een slijtersbedrijf omdat eiser in haar aanvullende gronden aangeeft en ter zitting bevestigt dat het verzoek om handhaving niet is gericht op de afgifte in de andere gemeente en het al dan niet toepassen van de leeftijdscontrole.

De wetsgeschiedenis van de Drank- en Horecawet, toch al weer zo’n 50 jaar oud, wordt door de rechtbank van stal gehaald. De rechtbank oordeelt dat het door de wetgever beoogde slijtersbedrijf wordt uitgeoefend in een inrichting, waar voorraad aanwezig is en waaruit particulieren, na advies van een ter zake deskundig slijter, een keuze kunnen maken uit de van etiketten voorziene flessen, waarna de fles(sen) drank wordt verkocht. De rechtbank concludeert op basis van de geschetste feiten dat in dit specifieke geval geen sprake is van een slijtlokaliteit. De activiteiten van het bedrijf bestaan uit het bezorgen van pakketten, hetgeen in het niets lijkt op de vergunningplichtige activiteiten die worden ontplooid door een slijtersbedrijf als bedoeld door de wetgever. De gemeente was dus inderdaad niet bevoegd om handhavend op te treden.

Het moge duidelijk zijn dat de Drank- en Horecawet, met haar ontstaansgeschiedenis in 1962, nog niet voorzag in de handel van fles(sen) drank via internet. Het bedrijf dat de fles drank leverde is zeer waarschijnlijk niet in het bezit van een Drank- en Horecavergunning, het is immers in Spanje gevestigd. Maar ook als het bedrijf in Nederland gevestigd zou zijn, dan nog zou er geen sprake zijn van een slijtersbedrijf indien het bedrijf niet aan de voorwaarden, zoals die blijken uit de wetgeschiedenis, voldoet. In zoverre is er geen bestuurlijk toezicht mogelijk op het verhandelen van flessen drank via internet, terwijl het stellen van regels bij de verkoop van alcoholhoudende dranken juist dé doelstelling van de Drank- en Horecawet is.

In deze zaak loopt de termijn voor het indienen van hoger beroep nog. Gelet op de inspanningen van eiser tot nu toe sluit ik dat hoger beroep zeker niet uit. Eiser zou tevens nog kunnen denken aan een handhavingsverzoek in de gemeente van bezorging vanwege het niet doen van de leeftijdscontrole. Wat mij betreft overigens volstrekt zinloos: op het moment van koop moet een leeftijdscontrole worden gedaan, niet het moment van afleveren.

Wij houden de zaak voor u in de gaten…

Catch Legal, Jet de Graaf.

Meer weten? Neem gerust contact op.

Zie ook: ECLI:NL:RBOBR:2015:4940 en De Telegraaf: Heibel rond borrelshop

Update! De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft inmiddels uitspraak gedaan in deze zaak. Zie hieromtrent de bijdrage van Merel Brinkman.

Interessant artikel?

Share on facebook
Deel op facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on email
Deel via mail

Laat een bericht achter

Gerelateerde berichten