Het instellen van beroep voorkomt niet dat een bestemmingsplan niet in werking treedt. Dat betekent dat aanvragen om omgevingsvergunning aan dat nieuwe plan getoetst moet worden. Als het bestuursorgaan vervolgens op grond van het bestemmingsplan een aanvraag niet kan weigeren en, na de beslissing op het bezwaar van de omgevingsvergunning, het bestemmingsplan alsnog wordt vernietigd, heeft deze vernietiging van het bestemmingsplan geen terugwerkende kracht (kort gezegd is dit in tegenstelling tot de hoofdregel in artikel 8:72, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). De rechtszekerheid verzet zich tegen het alsnog vernietigen van de – op dat moment terecht – verleende omgevingsvergunning. Dit is uitgemaakt in de zogenoemde Tegelen-jurisprudentie. In de uitspraak van 21 januari 2015 blijkt dat deze uitzondering niet in alle gevallen opgaat (ECLI:NL:RVS:2015:92).

De zaak
Bij besluit van 21 augustus 2012 heeft de gemeente een omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van de woning. De tegen dit besluit ingediende bezwaar is bij de beslissing op het bezwaarschrift (29 januari 2013) ongegrond verklaard en is de omgevingsvergunning in stand gelaten. De rechtbank oordeelde dat de beslissing op het bezwaarschrift onjuist was en vernietigde dit besluit. Tevens heeft de rechtbank het primaire besluit (21 augustus 2012) herroepen (ECLI:NL:RBLIM:2013:9345). Tegen deze uitspraak hebben vergunninghouder en de gemeente hoger beroep ingesteld.

Waar ging het nu precies om? Vergunninghouder is een varkenshouder in ruste. Hij heeft enige tijd geleden zijn bedrijf verkocht, maar is op het perceel blijven wonen. Op grond van het geldende bestemmingsplan is sprake van een bedrijfswoning, maar er kan door middel van een omgevingsvergunning worden afgeweken van de planregels zodat de bedrijfswoning mag worden gebruikt voor bewoning door burgers. Omdat de varkenshouder in ruste graag zijn woning wil verkopen aan een burger, vraagt hij de betreffende omgevingsvergunning aan, welke ook door de gemeente wordt verleend. Nadat de omgevingsvergunning in bezwaar in stand is gebleven, wordt de betreffende planregel (op basis waarvan de omgevingsvergunning is verleend) in het beroep tegen het bestemmingsplan vernietigd. Op basis hiervan heeft de rechtbank geoordeeld dat deze vernietiging ook gevolgen heeft voor de verleende omgevingsvergunning. Zowel de oud-varkenshouder als de gemeente betogen dat dit in strijd is met de zogenaamde Tegelen-jurisprudentie.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) volgt het oordeel van de rechtbank en overweegt dat ingeval het vernietigde bestemmingsplan de desbetreffende activiteit alleen toestond door het afgeven van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, de rechtszekerheid niet zover strekt dat een uitzondering moet worden gemaakt op de hoofdregel.

Gelet hierop heeft de rechtbank het besluit van 29 januari 2013 dan ook terecht vernietigd. Maar de rechtbank had volgens de Afdeling niet het primaire besluit van 21 augustus 2012 mogen herroepen. Voor het herroepen van het primaire besluit (en het nemen van een vervangend besluit) bestaat slechts aanleiding als geen grond bestaat om het primaire besluit bij de beslissing op bezwaar, zo nodig met een betere motivering, in stand te laten. In dit geval kan de gemeente met behulp van andere planologische besluiten de voorgenomen activiteit mogelijk maken. Of de gemeente dat wil, is aan de gemeente en niet aan de rechtbank. De rechtbank had dan ook moeten volstaan met een (enkele) vernietiging van het besluit van 29 januari 2013.

Catch Legal, Tanne van Wissen.
Meer weten? Neem gerust contact op.