Voor het opnemen van regels over bouwtechnische eisen in het gemeentelijk omgevingsplan geldt een belangrijk uitgangspunt: het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat een uitputtende regeling. Dat wil zeggen, de ruimte voor het stellen van gemeentelijk regels is beperkt. Maar wat betekent dat in de praktijk?
Het Bbl regelt de bouwtechniek
Het Bbl bevat voor bouwwerken landelijke bouwtechnische eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid. De wetgever heeft bewust gekozen voor één landelijk stelsel. Daarmee is voor iedereen duidelijk aan welke technische eisen een bouwwerk moet voldoen en worden verschillen tussen gemeenten voorkomen.
Het gevolg is dat gemeenten in beginsel geen aanvullende bouwtechnische eisen mogen stellen. Wil een gemeente bijvoorbeeld een hogere energieprestatie eisen of aanvullende voorschriften opnemen over constructie, brandveiligheid of materiaalgebruik? Dan treedt zij in het domein van het Bbl. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft onder het Bouwbesluit, de voorganger van het Bbl, meerdere keren bevestigd dat bij uitputtende regels daarvoor geen ruimte bestaat (ABRvS 10 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR4628; ABRvS 22 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1290; ABRvS 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:600).
Ruimte voor ruimtelijke en functionele regels
Het uitputtende karakter van het Bbl betekent niet dat gemeenten geen verdergaande duurzaamheids- of gezondheidsdoelen kunnen nastreven. Wel moeten zij daarvoor de juiste instrumenten gebruiken.
Gemeenten kunnen regels stellen over de inrichting en het gebruik van de fysieke leefomgeving, zolang zij niet voorschrijven hoe een bouwwerk technisch moet worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn regels over de berging of infiltratie van hemelwater op eigen terrein, de aanleg van groendaken of de positionering van gebouwen met het oog op klimaatadaptatie, voor zover daarbij geen bouwtechnische eisen aan het bouwwerk worden gesteld.
In de praktijk is die grens niet altijd eenvoudig te trekken. Zo kan een verplichting om hemelwater op eigen terrein te bergen toelaatbaar zijn, maar als wordt voorgeschreven dat daarvoor een specifiek regenwatersysteem in een gebouw moet worden aangebracht, gaat het om een bouwtechnische eis en is het Bbl van toepassing.
Conclusie
Het Bbl beperkt de ruimte voor gemeenten om aanvullende bouwtechnische eisen te stellen, maar laat wel ruimte voor regels over de inrichting en het gebruik van de fysieke leefomgeving. Bij het opstellen van een omgevingsplan is het daarom essentieel steeds te toetsen of een regel ziet op een ruimtelijk of functioneel doel, of op de bouwtechnische uitvoering van een bouwwerk. Dat onderscheid bepaalt uiteindelijk de juridische houdbaarheid van de regeling.





