In de langlopende procedure die Urgenda (Urgente Agenda) heeft aangespannen tegen de Staat der Nederlanden heeft de Hoge Raad onlangs het arrest (9 oktober 2018) van het gerechtshof Den Haag bekrachtigd. Het gerechtshof Den Haag had op zijn beurt het vonnis (24 juni 2015) van de rechtbank Den Haag bekrachtigd. Alle drie komen zij tot hetzelfde oordeel: de Staat der Nederlanden doet te weinig om broeikaseffecten terug te dringen.

Het geding

Binnen de internationale gemeenschap en wetenschap wordt de door klimaatverandering veroorzaakte reële dreiging breed gedragen. Het gaat dan met name om de opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2. Deze broeikasgassen concentreren zich in de atmosfeer waardoor de aarde minder warmte kwijt kan, met alle gevolgen van dien. Urgenda en de Staat zijn het hier over eens.

Om de klimaatverandering binnen de perken te houden, is het van belang dat de aarde met niet meer dan 2 graden Celsius opwarmt. Het IPCC (VN) heeft als wetenschappelijke en intergouvernementele klimaatorganisatie in haar rapport van 2007 richtlijnen opgesteld waarbinnen ontwikkelde landen (Annex I-landen, waaronder Nederland) de uitstoot van broeikasgassen kunnen reduceren, zodat de kritische opwarming van 2 graden Celsius uit zal blijven. Deze reductierichtlijnen schrijven voor dat Annex I-landen de uitstoot in 2020 met 25-40% en in 2050 met 80-95% ten opzichte van 1990 moeten hebben gereduceerd. Uit het Klimaatakkoord van Parijs (2015) blijkt dat de gehanteerde 25% een absolute ondergrens is om een veilige opwarming van de aarde te garanderen.

Urgenda is een platform met als doel om de transitieprocessen naar een duurzamere samenleving te stimuleren en versnellen. Urgenda is van mening dat de Staat te weinig doet om klimaatverandering te voorkomen en heeft bij de rechtbank gevorderd de Staat te bevelen om de reductiepercentages van het IPCC voor 2020 te halen.

Wat doet de Staat?

De verplichting om de broeikaseffecten terug te dringen, vindt haar grondslag in artikel 2 en 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM). Artikel 2 EVRM beschermt het recht op leven en artikel 8 EVRM beschermt het recht op eerbiediging van het privé-, familie-, en gezinsleven. Deze artikelen verplichten een verdragsstaat om passende maatregelen te treffen die het dreigende (klimaat)gevaar zoveel mogelijk afwenden.

Tot 2011 was het de bedoeling van de Staat om de uitstoot in 2020 met 30% ten opzichte van 1990 te reduceren. Na 2011 heeft de Staat deze doelstelling bijgesteld naar een reductie van 20% in 2020 in EU-verband en dus niet meer door Nederland alleen. Die keuze botst met de reductierichtlijnen die de IPCC in haar rapport heeft opgesteld en brengt de doelstelling om onder 2 graden Celsius opwarming te blijven in gevaar. Zeker nu gebleken is dat de reductierichtlijn van 25% in 2020 de absolute ondergrens is om de doelstelling te behalen. Dit is precies wat Urgenda aan heeft gedragen en waar alle rechterlijke instanties Urgenda gelijk in hebben gegeven. De Staat moet zich aan de internationaal noodzakelijk geachte ondergrens van 25% uitstootreductie houden.

Scheiding der machten?

Wat deze zaak zo interessant maakt, is dat de rechter zich op een politiek vlak bevindt. Althans, dat is wat de Staat onder andere bij de Hoge Raad heeft aangevoerd. Het is niet aan de rechter om deze politieke afweging te maken, aldus de Staat.

Daar zit ook wel wat in. De Staat heeft immers een grote mate van vrijheid bij het maken van politieke afwegingen en het is niet aan de rechter om te oordelen over beleidsmatige keuzen. De rechter bekijkt daarentegen wél of de Staat bij de besluitvorming binnen de grenzen van het recht is gebleven. Ook is het aan de rechter om effectieve rechtsbescherming te bieden tegen de overheid en dat is precies wat hier volgens het hof is gebeurd. Bij dat oordeel sluit de Hoge Raad zich aan; de Staat heeft haar verplichtingen op grond van het EVRM geschonden en moet aansluiten bij de ondergrens van 25% uitstootreductie in 2020.

Tegen deze uitspraak kunnen geen rechtsmiddelen worden aangewend. De Hoge Raad had wel de mogelijkheid om advies te vragen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar nu dat is nagelaten moeten we het met deze einduitspraak doen. Enig lichtpuntje voor de Staat; hoe de extra reductiemaatregelen vormgegeven gaan worden en wat wenselijk is, mag de Staat wél zelf bepalen.

Catch Legal, Michèl Kaptein

Bent u met vragen blijven zitten? Neem contact op met onze juristen.