Wet openbaarheid van bestuur

Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kan een ieder informatie opvragen bij een overheidsinstelling (het bestuursorgaan). Men hoeft geen specifiek belang aan te tonen bij het indienen van een Wob-verzoek. Allerlei informatie kan worden opgevraagd (niet enkel informatie op papier, maar bijv. ook geluidsopnames, films of foto’s) en worden verstrekt zolang de gevraagde documenten zijn vastgelegd en betrekking hebben op het beleid van de overheidsinstelling, waaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering ervan. Een indiener van een Wob-verzoek hoeft bovendien geen leges te betalen.

Hoe werkt een Wob-verzoek?
Een ieder kan op grond van artikel 3 van de Wob een verzoek om openbaarmaking van overheidsinformatie indienen. Hierbij hoeft de verzoeker geen belang aan te tonen. Enkel is vereist dat het verzoek ziet op een bestuurlijke aangelegenheid. Een bestuurlijke aangelegenheid kan ook zien op privaatrechtelijke afspraken gemaakt tussen particulieren en het bestuursorgaan.

Nadat een Wob-verzoek is ingediend heeft het bestuursorgaan vier weken de tijd om een besluit te nemen. De termijn kan eenmalig met vier weken worden verlengd (artikel 6 van de Wob). Indien het bestuursorgaan na acht weken nog steeds geen beslissing heeft genomen dan kunt u het bestuursorgaan in gebreke stellen, hetgeen betekent dat u het bestuursorgaan aanmaant om alsnog binnen twee weken een beslissing te nemen. Zijn de twee weken verstreken dan kunt in bezwaar of beroep wegens het niet tijdig nemen een besluit (zie hieronder ‘Wetswijziging per 1 oktober 2016’).

De beslissing van het bestuursorgaan kan inhouden dat de stukken worden geopenbaard, gedeeltelijk worden geopenbaard of openbaarmaking wordt geweigerd. Bent u het niet eens met de beslissing dan kunt u in bezwaar bij het bestuursorgaan, in beroep bij de rechtbank en in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie hierover ook de pagina Procederen).

Weigeringsgronden
Een Wob-verzoek kan op basis van twee soorten weigeringsgronden worden geweigerd. Indien er sprake is van een absolute weigeringsgrond (artikel 10, eerste lid, onder a tot en met d van de Wob) dan moet een verzoek om openbaarheid van informatie worden afgewezen. Het belang van openbaarmaking is in dat geval ondergeschikt aan het belang weergegeven in de absolute weigeringsgrond. Te denken valt aan het schaden van de veiligheid van de Staat of persoonsgegevens.

De andere weigeringsgrond betreft de relatieve weigeringsgronden (artikel 10, tweede lid, van de Wob). In dat geval maakt het bestuursorgaan een afweging tussen de belangen en kan de openbaarmaking van informatie worden geweigerd. Weegt het belang van openbaarmaking niet op tegen een relatieve weigeringsgrond, zoals bijvoorbeeld het belang van inspectie en toezicht door bestuursorganen of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, dan zal de informatie niet worden geopenbaard.

Naast bovengenoemde weigeringsgronden kan het verstrekken van informatie tevens achterwege blijven indien de opgevraagde stukken persoonlijke beleidsopvattingen bevatten (intern beraad).

Positief besluit
Bij een positief besluit op een Wob-verzoek wordt niet alleen de gevraagde informatie verstrekt, maar ook geopenbaard in het kader van het algemeen belang. Dit betekent dat de verstrekte informatie voor het publiek toegankelijk wordt gemaakt (bijvoorbeeld op de website van het bestuursorgaan).

Wetswijziging per 1 oktober 2016
Tot 1 oktober 2016 gold dat het bestuursorgaan, na in gebreke te zijn gesteld, een dwangsom verbeurt indien zij niet tijdig beslist op een Wob-verzoek. De koppeling tussen de Wob en de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Wet dwangsom), zorgde voor een (exponentieel) toegenomen aantal Wob-verzoeken per overheidsinstelling en leidde (helaas) tot misbruik van de wettelijke verplichting tot tijdig beslissen. Een aantal indieners werd zich namelijk bewust van het feit dat als gevolg van het indienen van een zeer uitgebreid Wob-verzoek of soms zelfs meerdere Wob-verzoeken tegelijkertijd, het bestuursorgaan hoogstwaarschijnlijk de wettelijke beslistermijn zou overschrijden en hen een dwangsom verschuldigd zou zijn.

Om verder misbruik te voorkomen is op 1 oktober 2016 een wetswijziging inwerking getreden waardoor de Wet dwangsom niet meer van toepassing is op besluiten op grond van de Wob en de beslissingen op bezwaar tegen deze besluiten. Zodoende zal een indiener van een Wob-verzoek niet langer aanspraak maken op een dwangsom bij het niet tijdig beslissen op het verzoek of de beslissing op bezwaar. Wel staat, zoals gezegd, beroep open tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Wilt u een Wob-verzoek indienen of wilt u meer informatie over de Wob ontvangen? Onze bestuursrecht juristen staan u graag te woord. Neem gerust contact op.