Op woensdag 20 maart 2019 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:899) in het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 28 november 2017 (ECLI:NL:RBMNE:2017:5979). In een eerder artikel bespraken wij de rechtbankuitspraak die ziet op een Wob-verzoek aan het adres van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De vraag ligt voor of WhatsApp- en sms-berichten documenten zijn in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De rechtbank vond van wel voor zover die berichten op werktelefoons staan.

De Afdeling is het met de rechtbank eens, maar laat de voorwaarde over werktelefoons los. Hieronder licht ik toe hoe de Afdeling tot dit oordeel komt.

Volgens de Wob is een document “een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat”. Net als de rechtbank knipt de Afdeling deze definitie op en bespreekt achtereenvolgens de verschillende onderdelen.

1. Schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat

Uit de definitie, uit de jurisprudentie en uit de parlementaire geschiedenis van de Wob blijkt dat aan de term document een ruimte betekenis moet worden toegekend. Zo vallen daar ook onder: geluids- en videobanden, fotomateriaal, digitale informatie en e-mailberichten. In functie en gebruik lijken WhatsApp- en sms-berichten op deze laatste categorie. Het standpunt van de minister dat de informele en vluchtige aard van WhatsApp en sms aan die vergelijking in de weg staat, gaat niet op. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt namelijk dat de aard geen rol speelt bij de vraag of sprake is van een document.

2. Berusten onder het bestuursorgaan

Voor de vraag of een document berust onder het bestuursorgaan is niet bepalend waar het digitale document is opgeslagen. Doorslaggevend is of de inhoud van dat document over een bestuurlijke aangelegenheid gaat. In de wetsgeschiedenis is dit beschreven als: “het document moet ook bestemd zijn voor het bestuursorgaan als zodanig”. WhatsApp- en sms-berichten op werktelefoons die over een bestuurlijke aangelegenheid gaan, berusten al onder het bestuursorgaan. Dergelijke berichten op privé-telefoons zijn bestemd voor het bestuursorgaan en behoren bij het bestuursorgaan te berusten. Er is geen verschil tussen het mee naar huis nemen van een fysiek document of berichten op (privé)telefoons, aldus de Afdeling.

De Afdeling overweegt verder dat het de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan is om de ‘bestuurlijke’ documenten te achterhalen. Het bestuursorgaan zal in de rol van werkgever met de werknemers goede afspraken over het verstrekken van gegevens van privételefoons moeten maken. Het privéleven van de werknemer blijft gewaarborgd omdat uitsluitend kan worden gevraagd naar gegevens die over een bestuurlijke aangelegenheid gaan. De toepassing van de Wob kan niet worden bepaald door de gegevensdrager waarop de gegevens staan. Hiermee zou de toepassing van de Wob ontlopen kunnen worden door te gaan communiceren via privé gegevensdragers.

Het begrip document moet dus ruim worden uitgelegd. Ook een WhatsApp- of sms-bericht op een privételefoon kan een document in de zin van de Wob zijn. Niet de aard van de gegevensdrager is doorslaggevend, maar of het bericht gaat over een bestuurlijke aangelegenheid. Zoals de Afdeling concludeert: “De Wob is duidelijk: daaronder valt alle vastgelegde informatie van zakelijke aard, ongeacht de gegevensdrager waarop deze is opgeslagen.”.

Catch Legal, Charlotte van Zuilekom