Het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen het houden van kippen en hanen op een perceel met een woonbestemming, is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel- de Mierden (hierna: het college) afgewezen. Appellant is het hier niet mee eens, vangt bot bij de rechtbank en gaat vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) (ECLI:NL:RVS:2014:427).

Voorgeschiedenis
In 2011 is appellant zelf door het college aangeschreven, middels een last onder dwangsom, om het aantal dieren op zijn perceel terug te brengen tot één haan en 20 kippen. Tegen dit besluit heeft appellant destijds beroep ingesteld. Uiteindelijk heeft Afdeling geoordeeld dat het houden van één haan en 20 kippen, in dat specifieke geval niet in strijd was met de op het perceel ingevolge het bestemmingsplan rustende woonbestemming.

Het perceel dat nu ter discussie staat is kleiner (driemaal kleiner, volgens appellant) dan het perceel van appellant. Voor hem is dan ook onbegrijpelijk dat het college het toestaat dat op het perceel twéé hanen en zeven kippen zijn toegestaan. Daarnaast wordt door appellant gesteld dat in strijd wordt gehandeld met artikel 2:60 van de Algemene Plaatselijke Verordening. In dat artikel wordt immers aangegeven dat degene die zorg heeft voor een dier moet voorkomen dat dit voor omwonende of voor de omgeving hinder, overlast of gevaar voor de verkeersveiligheid veroorzaakt. De dieren scharrelen daarbij óók op zijn perceel. Hij voert aan dat het hierdoor mogelijk is dat hij dwangsommen zal verbeuren omdat er meer dieren op zijn perceel rondlopen dan volgens het handhavingsbesluit uit 2011 is toegestaan.

Beoordeling van het geschil
Na het verzoek om handhaving van appellant heeft het college onderzoek gedaan. Bij diverse controles is geconstateerd dat op het perceel, waar volgens het bestemmingsplan een woonbestemming rust, één haan en vijf kippen rondlopen. De dieren zijn gehuisvest in een ren, waarover een net is gespannen en die voorzien is van een binnenhok. Verder is bij de controles op verschillende tijdstippen ter plaatse geen hinder van de haan en de kippen geconstateerd.

De vraag die voorligt is of het houden van één haan en vijf kippen in strijd is met de woonbestemming die volgens het bestemmingsplan op het betreffende perceel rust. De Afdeling beoordeelt dit aan de hand van de ruimtelijke uitstraling die het gebruik heeft. Het is daarbij van belang te beoordelen of deze uitstraling niet van dien aard is, dat deze niet meer valt te rijmen met de woonfunctie van het perceel. In tegenstelling tot wat appellant heeft aangegeven (twee hanen en zeven kippen), lopen er volgens het college één haan en vijf kippen rond op het perceel. Appellant heeft volgens de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Volgens de Afdeling heeft de rechtbank terecht overwogen dat het houden van dit aantal dieren op de oppervlakte van het perceel (1.400 m2), gelet op de ligging van het perceel, niet van zodanige omvang en intensiteit is, dat in strijd met de woonbestemming wordt gehandeld. De Afdeling overweegt daarnaast dat de uitspraak (ECLI:NL:RVS:2013:1829) waarin werd bepaald dat het door appellant houden van één haan en 20 kippen op zijn perceel met een oppervlakte van 4.300 m2 niet in strijd is met de woonbestemming niet met zich meebrengt dat op het perceel van onderliggende zaak (met een oppervlakte van 1.400 m2) niet één haan en vijf kippen gehouden mogen worden. De beroepsgrond kan dan ook niet slagen.

Vervolgens overweegt de Afdeling dat het rondscharrelen van de kippen, (mede) op het perceel van appellant geen overlast is in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening. Daarnaast is bij de controles geen hinder van de dieren geconstateerd. Ook deze beroepsgrond treft geen doel.

Conclusie
Al met al komt de Afdeling tot de conclusie dat het houden van één haan en vijf kippen in dit geval niet in strijd is met de woonbestemming. Het beroep is dan ook ongegrond. Het houden van kippen en hanen is vaker onderwerp van geschil geweest. Zowel in het kader van het bestemmingsplan (valt het houden van deze dieren te rijmen met de betreffende bestemming), als in het kader van de openbare orde (Algemene Plaatselijk Verordening). Mocht u overwegen om kippen en/ of hanen te gaan houden, houdt dan met beide aspecten rekening.

Catch Legal, Tanne van Wissen.
Meer weten? Neem gerust contact op.