Op dinsdag 29 oktober 2019 heeft de rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in de zaak die loopt tussen verschillende natuur- en milieuorganisaties en het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. De voorzieningenrechter heeft de schorsingsverzoeken met betrekking tot de verleende ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming aan Circuit Park Zandvoort afgewezen (ECLI:NL:RBNHO:2019:8925).

Voor het eerst sinds 1985 zal er op 3 mei 2020 een Grand Prix op Zandvoort worden verreden. Om de grote aantallen bezoekers aan te kunnen en de veiligheid daarvan te garanderen, zijn er een aantal aanpassingen nodig rondom het circuit. Voor deze werkzaamheden heeft het circuit (onder meer) van het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (hierna: GS) een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) gekregen. De ontheffing heeft betrekking op het opzettelijk mogen verstoren of beschadigen van de leefomgeving van de rugstreeppad en zandhagedis en geldt voor de periode van 23 augustus 2019 tot en met 30 april 2020. Tegen deze ontheffing hebben verschillende natuur- en milieuorganisaties (hierna: de organisaties) bezwaar gemaakt. In afwachting van de beslissing op hun bezwaar, hebben de organisaties met een voorlopige voorziening verzocht om de verleende ontheffing te schorsen.

Het geschil

GS heeft aan het circuit ontheffing verleend van (1) het verbod tot het opzettelijk verstoren van exemplaren van de rugstreeppad en de zandhagedis (artikel 3.5, tweede lid, van de Wnb) en (2) van het verbod tot het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hiervoor genoemde dieren (artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb). Volgens de organisaties kon GS deze ontheffing niet verlenen, omdat er niet voldaan wordt aan de in artikel 3.8, eerste lid, van de Wnb gestelde vereisten. Zo is er volgens de organisaties een betere oplossing voorhanden dan het verlenen van een ontheffing van de verboden en wordt er niet voldaan aan het vereiste dat sprake moet zijn van een openbaar belang.

Volgens de organisaties is de ontheffing alleen verleend met het doel om het aantal bezoekers van de Grand Prix te kunnen vergroten. Na het uitvoeren van de werkzaamheden kunnen er méér bezoekers kijken naar de wedstrijd. De Grand Prix dient alleen een commercieel belang en dus geen dwingende reden van groot openbaar belang, waardoor een ontheffing niet kon worden verleend. Een voor het milieu betere oplossing is het beperken van het aantal bezoekers, zodat de werkzaamheden niet hoeven te worden uitgevoerd. Daarnaast stellen de organisaties dat er geen onderzoek is verricht naar alternatieve locaties voor het realiseren van toe- en uitgangen en dat niet is onderbouwd dat niet met minder tribunes kan worden volstaan. Ook menen de organisaties dat door de werkzaamheden meer leefgebied van de betreffende dieren verloren zal gaan, dan waar in de ontheffing rekening mee is gehouden.

Het oordeel

De voorzieningenrechter gaat in geen van deze argumenten van de milieuorganisaties mee. Van tevoren is samen met de gemeente een capaciteit vastgesteld van 125.000 aanwezigen tijdens de Grand Prix. De rechtbank stelt dat het beperken van het aantal bezoekers, mede gelet op de financiële haalbaarheid van het evenement, niet als andere bevredigende oplossing valt aan te merken. Verder zijn de werkzaamheden met betrekking tot de toe- en uitgangen verbonden aan een specifieke locatie, omdat moet worden aangesloten op de bestaande infrastructuur rondom het circuit. Het plaatsen van minder tribunes is evenmin een bevredigende oplossing. De tribunes dienen juist te voorkomen dat bezoekers schade aanrichten door vertrapping van de grond. Verder stelt de rechtbank dat door de werkzaamheden uiteindelijk slechts twee hectare leefgebied verloren zal gaan, waarmee geen afbreuk wordt gedaan aan de instandhouding van de aantallen rugstreeppadden en zandhagedissen. De overige acht hectare grond waarop de werkzaamheden plaatsvinden, zal na het evenement weer worden hersteld. Tot slot oordeelt de rechtbank dat, gelet op de statuur van de Grand Prix en de grote maatschappelijke belangstelling daarvoor, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang. Dit rechtvaardigt de verleende ontheffing. De rechtbank ziet, gelet op bovenstaande, geen reden om de ontheffing te schorsen.

Tenslotte

Het voorlopige oordeel luidt dat de werkzaamheden rondom het circuit vooralsnog mogen worden voortgezet. De volgende rechtszaak met betrekking tot de Grand Prix staat echter voor vandaag alweer op de planning, waarover later meer. Los van al het werk dat moet worden verricht, is de juridische strijdbijl nog niet begraven. Er zal dus nog een hoop moeten gebeuren, wil het evenement plaatsvinden volgend jaar. Benieuwd of het zover zal gaan komen? Wij houden het voor u in de gaten!

Catch Legal, Marilu van der Dong