Geluid: 5 belangrijke veranderingen in de Omgevingswet

Afgelopen maart werd het Aanvullingsbesluit geluid  gepubliceerd dat de AMvB’s van de Omgevingswet aanvult met (instructie)regels voor geluid. Deze zomer is ook de Aanvullingsregeling geluid ter consultatie gelegd, waarin uitvoeringsregels staan die opgaan in de Omgevingsregeling. In de nieuwe regels voor geluid herkennen we deels de huidige systematiek maar er verandert ook veel. In dit blog noemen we 5 belangrijke veranderingen die het nieuwe geluidregime met zich meebrengt. Leeswaarschuwing: enige voorkennis van de geluidsystematiek is een pré.

  1. Geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies

Langs rijkswegen en hoofdspoorwegen gelden op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidproductieplafonds. Een geluidproductieplafond is een referentiepunt dat de toegestane geluidproductie vanwege een weg of spoorweg aangeeft. Het Rijk is voor deze geluidbronnen verantwoordelijk voor de naleving van de geluidproductieplafonds.

Naast rijkswegen en hoofdspoorwegen, wordt deze regeling voor geluidproductieplafonds nu ook geïntroduceerd voor provinciale wegen, aangewezen lokale spoorwegen en industrieterreinen, met als belangrijkste verschil dat provincies bevoegd gezag zijn.

Voor de beheersing van het geluid door verkeer op gemeentewegen en lokale spoorwegen wordt geluidbelasting ook gereguleerd maar hiervoor geldt een andere systematiek dan de geluidproductieplafonds. De referentie bij deze (spoor)wegen wordt de basisgeluidemissie genoemd. De basisgeluidemissie is voor bestaande infrastructuur in beginsel de bestaande geluidsituatie bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow).

Als uit de monitoring van geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies blijkt dat het geluid is toegenomen, geldt voor het bevoegd gezag de plicht om het treffen van geluidbeperkende of geluidwerende maatregelen te overwegen. De taken van de verschillende bevoegde gezagen zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) uitgewerkt.

  1. Geluidaandachtsgebieden

De Wgh bepaalt binnen welke zone van een (spoor)weg, onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting van die weg op nieuwe geluidgevoelige gebouwen. De huidige geluidzones keren in het Bkl terug onder de naam geluidaandachtsgebieden. Deze gebieden worden als fysiek geografisch gebied vastgelegd in het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). De methode voor het bepalen van de geluidaandachtsgebieden staat in de Aanvullingsregeling geluid (Arg).

Daarbij is van belang dat de geluidaandachtsgebieden bij wegen vaak tot een grotere afstand van een weg reiken dan de huidige geluidzones. Dat komt doordat de omvang van geluidaandachtsgebieden bij wegen wordt bepaald tot de afstand van de weg waar de standaardwaarde mogelijk wordt overschreden. Onder de Wgh is niet de waarde doorslaggevend, maar wordt een vaste afstand voorgeschreven (bijvoorbeeld 200 meter bij een weg met twee rijstroken). Dit betekent dat het gebied, waarbinnen bijvoorbeeld de gecumuleerde geluidbelasting in kaart moet worden gebracht en onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting op (nieuwe) geluidgevoelige gebouwen, onder de Ow groter is dan nu.

  1. Gewijzigde geluidnormen

Nu geldt in beginsel voor geluidgevoelige objecten een streefwaarde voor het geluid, de voorkeurswaarde. Met een hogere waarde besluit kan het bevoegd gezag een hogere waarde dan de voorkeurswaarde vaststellen. De hogere waarde kent ook een bovengrens, de zogenaamde maximale ontheffingswaarde.

In het Bkl worden nieuwe termen geïntroduceerd:

  • Standaardwaarde (voorheen: voorkeurswaarde): een geaccepteerd geluidsniveau waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken, en
  • Grenswaarde (voorheen: maximale ontheffingswaarde): een grens waarbij alleen bij uitzondering en met geluidbeperkende maatregelen (nieuwe) geluidgevoelige gebouwen kunnen worden toegestaan.

Nieuw is dat de standaardwaarden en de grenswaarden voor gevels van geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden bijna allemaal zijn verhoogd ten opzichte van de huidige waarden. In de volgende tabel staan de nieuwe waarden van de verschillende geluidbronsoorten weergegeven:

In het Bkl wordt overigens niet meer gesproken van de eenheid dB, maar van de eenheid Lden. Inhoudelijk verandert er niks: dB=Lden.

Als de geluidbelasting niet voldoet aan de standaardwaarde kunnen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om het geluid te verminderen tot de standaardwaarde. Het Bkl biedt de mogelijkheid om een hogere geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toe te staan tot de grenswaarde, ook voor de geluidbelasting op bestaande geluidgevoelige gebouwen. In sommige gevallen kan boven de grenswaarde een hogere geluidbelasting worden toegestaan, maar deze mogelijkheid blijft in dit blog buiten beschouwing.

Gemeentebesturen kunnen, net als nu, alleen een hogere geluidbelasting dan de standaardwaarde toestaan als met geluidbeperkende maatregelen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. In dat geval moet gemotiveerd worden dat de maatregelen niet getroffen worden vanwege overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, technische of financiële aard. Het gemeentebestuur heeft dus een motiveringsplicht als zij besluit een geluidbelasting boven de standaardwaarde toe te laten.

  1. Onderzoek naar gecumuleerd geluid

Een geluidgevoelig gebouw kan binnen méér dan een geluidaandachtsgebied liggen. In dat geval moet bij de vaststelling van een hogere waarde, onderzoek worden gedaan naar de effecten van de cumulatie van de verschillende geluidbronnen.

Gemeenten gebruiken de zogenoemde methode Miedema (zie hieronder) om de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op (gevels van) geluidgevoelige bestemmingen te bepalen om een goede afweging te maken in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

Net als in de Wgh wordt ook onder het Abg de gecumuleerde geluidbelasting niet genormeerd: Een gemeente mag een gecumuleerde geluidbelasting die op grond van het schema als ‘slecht’ moet worden gekwalificeerd, in de omstandigheden van het concrete geval toch aanvaardbaar vinden. Veel gemeenten hebben beleid vastgesteld over de aanvaardbaarheid van gecumuleerde geluidbelasting. Deze beoordelingsruimte zal onder de Ow blijven.

Een geluidbron die niet in de Wgh is geregeld, maar onder de Ow wel bij de cumulatietoets wordt betrokken, is luchtvaartgeluid. Dit betreft het lawaai in beperkingengebieden op grond van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.

In de Arg wordt een gewijzigde dosis-effectrelatie voor luchtverkeerslawaai toegepast. Hierdoor zal luchtverkeerslawaai zwaarder mee gaan wegen bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting van onder meer woningen. Het effect van de gewijzigde dosis-effectrelatie is dat de geluidskwaliteit in bijvoorbeeld de gehele Schipholregio, anders dan voorheen, als ‘tamelijk slecht’ tot ‘zeer slecht’ moet worden beoordeeld. Dit kan vaak een verslechtering van het woon- en leefklimaat betekenen. Gemeenten in deze en andere luchtvaartregio’s zullen de toegenomen verslechtering zodanig moeten verantwoorden dat de motivering de rechterlijke toets doorstaat: Wij kijken uit naar de toekomstige jurisprudentie hierover.

  1. Dove gevels

Op grond van het huidig recht moeten, als blijkt dat de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw boven de maximale ontheffingswaarde uitkomt, specifieke maatregelen worden getroffen zoals ‘dove’ gevels. Deze informele term wordt gebruikt voor een gevel met niet te openen delen.

Straks wordt de ‘dove’ gevel een niet-geluidgevoelige gevel. De niet-geluidgevoelige gevel moet worden toegepast wanneer de geluidbelasting boven de grenswaarde uitkomt. Onder een niet-geluidgevoelige gevel worden ook andere bouwkundige maatregelen aan de gevel verstaan die het geluid op een gevel beperken.

Bij het bouwen van een niet-geluidgevoelige gevel dient rekening te worden gehouden met het verder beperken van het geluid op een andere gevel (dan de geluidbelaste gevel) door het maken van een geluidluwe gevel. In de Ow wordt de geluidluwe gevel aangeduid als een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig door geluid wordt belast.

Overigens wordt in de bouwregelgeving over geluidwering uitgegaan van het gecumuleerde geluid van verschillende geluidbronnen, niet meer de luidste geluidbron. Voor bestaande geluidgevoelige gebouwen geldt daarbij dezelfde rekenmethode als voor nieuwe gebouwen.

Ter afsluiting

Uit het voorgaande blijkt dat de geluidregels in principe niet radicaal veranderen. Toch kunnen de punten die wél veranderen niet alleen voor nieuwe maar ook voor bestaande bouw relevant zijn. Het is raadzaam om bij aankomende (bouw)projecten bewust te zijn van de veranderde regels en wat deze voor uw project kunnen betekenen.

Catch Legal, Annick van der Harten

Heeft u vragen overgehouden na het lezen van deze blog of heeft u een andere bestuursrechtelijke vraag? Neem gerust contact met ons op.

Interessant artikel?

Share on facebook
Deel op facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on email
Deel via mail

Laat een bericht achter

Gerelateerde berichten