Omgevingswet

Vanaf 2021 gaat Nederland werken met de Omgevingswet. Deze wet beoogt de complexiteit van het omgevingsrecht te versimpelen. Ook voor u gaat er veel veranderen. Met onze kennis lopen wij voorop.

  • Kenniscentrum van de Omgevingswet
  • Altijd bovenop de ontwikkelingen
  • Juridische taal begrijpelijk maken

Omgevingswet?
Stel direct uw vraag:

Alles in één

“Alles is fysieke leefomgeving. Dit maakt het uitdagend om met de Omgevingswet te werken.” – Rijk

Het omgevingsrecht is een complex rechtsgebied. De vele verschillende wetten en wettelijke regelingen zijn toegespitst op ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, water, duurzaamheid en meer. Aan elk van de omgevingsaspecten zijn andere eisen en uitgangspunten verbonden, waardoor projecten lange procedures moeten doorlopen voordat ze van start kunnen gaan.

Naar verwachting zal op 1 januari 2021 de Omgevingswet in werking treden. Het omvangrijke omgevingsrecht wordt samengevoegd in deze ene wet, waarin de ‘fysieke leefomgeving’ centraal staat. Plannen die betrekking hebben op de ‘fysieke leefomgeving’ zullen beter op elkaar worden afgestemd, omdat integrale afwegingen moeten worden gemaakt. Dat betekent dat direct rekening gehouden wordt met alle verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving. Bovendien beoogt de Omgevingswet duurzame projecten te stimuleren. Ten slotte krijgen gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte om hun eigen omgevingsbeleid in te richten, afgestemd op de lokale behoeften en doelstellingen.

Ook voor u betekent dit dat er grote veranderingen aankomen, waarbij het voor toekomstige projecten essentieel is om nu de strategie te gaan bepalen. Is uw project onder de Omgevingswet wel haalbaar? Moet u nu starten met de vergunningaanvraag? Die keuzes hoeft u gelukkig niet alleen te maken, wij kijken graag met u mee.

Meer informatie

Onder de Omgevingswet zal een omgevingsvisie in de plaats treden van de huidige structuurvisie. De reikwijdte van de omgevingsvisie is ruimer dan die van de structuurvisie. De omgevingsvisie heeft niet slechts betrekking op de ruimtelijke ordening, maar op de gehele fysieke leefomgeving, waaronder bijvoorbeeld ook water, de bodem en cultureel erfgoed vallen. In de omgevingsvisies moeten in ieder geval de hoofdlijnen van het beleid over de fysieke leefomgeving en de voorgenomen ontwikkelingen op het betreffende grondgebied worden opgenomen. Op rijksniveau is de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties verantwoordelijk voor het vaststellen van de nationale omgevingsvisie (NOVI). Provinciale Staten moeten de provinciale omgevingsvisie (POVI) vaststellen en gemeenteraden een gemeentelijke omgevingsvisie (GOVI).

Het omgevingsplan is een instrument op gemeentelijk niveau en vervangt de huidige bestemmingsplannen. Behalve algemene regels zitten er in het omgevingsplan ook regels voor functies op locaties. In bestemmingsplannen vormt een ‘goede ruimtelijke ordening’ het uitgangspunt. Planregels hebben nu betrekking op ruimtelijk relevante onderwerpen. Het uitgangspunt in omgevingsplannen is breder en ziet niet alleen op de ruimtelijke ordening, maar ook op een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Regels die daarover gaan en nu zijn neergelegd in verschillende verordeningen (bijvoorbeeld: delen van de Algemene plaatselijke verordening, de Bomenverordening en de Erfgoedverordening), komen terecht in het omgevingsplan.

Een ander verschil tussen het bestemmingsplan en het omgevingsplan is dat de gemeenteraad onder de Omgevingswet slechts één omgevingsplan kan vaststellen voor het gehele grondgebied. Daarmee moet de versnippering van vele verschillende bestemmingsplannen worden voorkomen. Het is wel mogelijk om het omgevingsplan per thema of gebied te wijzigen. Nieuw is dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van een omgevingsplan kan overdragen aan het college van burgemeester en wethouders. Net als bij het bestemmingsplan zal het college van burgemeester en wethouders een omgevingsplan kunnen uitwerken of wijzigen.

Op provinciaal niveau bestaat de verplichting voor Provinciale Staten om een omgevingsverordening vast te stellen. Een omgevingsverordening bevat algemene regels, regels over melding- en vergunningplichten, instructieregels en regels over omgevingswaarden. De algemene regels en die over melding- en vergunningplichten richten zich tot burgers en bedrijven, de instructieregels gaan over de uitvoering van bevoegdheden en richten zich tot bestuursorganen. Omgevingswaarden zijn normen die worden gesteld aan omgevingsaspecten, waaraan moet worden voldaan door het naleven van onder andere de algemene regels.

Net als bij het omgevingsplan wordt voor het provinciale grondgebied één omgevingsverordening vastgesteld en kan Provinciale Staten de bevoegdheid daartoe deels overdragen aan Gedeputeerde Staten.

In vier algemene maatregelen van bestuur wordt de Omgevingswet verder uitgewerkt. Dit zijn het Omgevingsbesluit, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit vult de Omgevingswet aan als het gaat om procedurele regels, bevoegdheidsverdeling, de milieueffectrapportage, financiële bepalingen en het Digitale Stelsel Omgevingswet.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving bevat de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten gaan uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Die regels zien op de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Soms heeft u voor deze activiteiten een vergunning nodig, bijvoorbeeld vanwege technische eisen aan het bouwwerk of vanwege regels in het gemeentelijke omgevingsplan. In het Besluit bouwwerken leefomgeving worden voor ‘kleine’ bouwactiviteiten uitzonderingen gemaakt op die vergunningplicht.

Ook het Besluit activiteiten leefomgeving bevat regels over het uitvoeren van activiteiten in de fysieke leefomgeving en richt zich tot burgers en bedrijven. Zo schrijft het Besluit activiteiten leefomgeving onder andere voor wanneer je een meldingsplicht hebt voordat je bepaalde activiteiten mag uitvoeren en wanneer omgevingsvergunningen nodig zijn. De regels in het Besluit activiteiten leefomgeving dienen ter bescherming van het milieu, waterstaatwerken, (spoor)wegen, zwemmers en cultureel erfgoed.

In het Besluit kwaliteit leefomgeving liggen de inhoudelijke normen waar gemeenten, provincies waterschappen én het Rijk zich aan moeten houden, om nationale doelstellingen te behalen en aan internationale verplichtingen te voldoen. Zo zijn onder meer omgevingswaarden opgenomen, waaraan de staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving moet voldoen. Ook zijn zogenaamde beoordelingsregels opgenomen, die worden gebruikt bij het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunningen.

Vanwege de vele veranderingen staat er nog een hoop te gebeuren voordat de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking kan treden. De Omgevingswet is op 26 april 2016 gepubliceerd in het Staatsblad. De Invoeringswet Omgevingswet is nog in behandeling bij de Eerste Kamer, net als de verschillende Aanvullingswetten en -besluiten die zien op bodem, geluid, grondeigendom en natuur. In de eerste helft van 2020 worden de laatste adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State verwerkt en dient alle regelgeving gepubliceerd te worden. Halverwege 2020 wordt definitief door de Eerste en Tweede Kamer besloten of het nieuwe stelsel daadwerkelijk per 1 januari 2021 in werking zal treden.