Op 25 april 2013 zijn diverse onderdelen van de Wabo gewijzigd. Eén van deze wijzigingen is de ‘wederopstanding’ van het vrijstellingsbesluit (zoals we dat kenden onder de WRO) dan wel het projectbesluit (zoals we dat kenden onder de Wro). Hieronder bespreek ik deze wijziging van de Wabo.

Hoe het was
Onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening (vervallen per 1 juni 2008) en zijn opvolger de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) was het mogelijk om via een vrijstelling, respectievelijk een projectbesluit, af te wijken van het bestemmingsplan. Weliswaar ontstond, zo volgt uit de jurisprudentie, geen zelfstandig toetsingskader (het bestemmingsplan was en bleef leidend), maar na de vrijstelling, respectievelijk het projectbesluit, konden wel verschillende bouwvergunningen worden aangevraagd en verleend. Dit alles mits de vrijstelling, respectievelijk het projectbesluit, maar concreet genoeg was.

Ter illustratie een voorbeeld. Het plan bestaat om 100 woningen te realiseren, deze geplande woningen zijn echter in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Om het plan planologisch mogelijk te maken, kon onder de Wro een projectbesluit worden aangevraagd. De bouwvergunningen konden dan nog even worden gelaten voor wat ze waren. Het plan moest wel zo concreet zijn dat planologisch duidelijk was wat wel en niet zou zijn toegestaan. Na verlening van het projectbesluit had de aanvrager vervolgens de mogelijkheid om één bouwvergunning (voor één woning) aan te vragen, of meerdere bouwvergunningen (voor meerdere woningen) in meerdere fasen. Deze faseringsmogelijkheid maakte het realiseren van projecten eenvoudiger. Immers, het gelijktijdig aanvragen van alle toestemmingen (de planologische toestemming en de toestemming om te bouwen) kost veel tijd en geld, terwijl de uitkomst (met name vaak op planologisch gebied) niet altijd zeker is.

De Wabo
Met de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) op 1 oktober 2010 werd deze faseringsmogelijkheid beperkt. Immers, op grond van artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo dient de aanvrager van een omgevingsvergunning waarbij de activiteiten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, er voor te zorgen dat de aanvraag betrekking heeft op al die activiteiten. Hoewel enige fasering onder de Wabo wel mogelijk is, schrijft artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo in beginsel voor dat onlosmakelijke samenhangende activiteiten altijd gelijktijdig, in één aanvraag, worden aangevraagd. Wanneer sprake is van een onlosmakelijke samenhang wordt beschreven in dit artikel.

In geval van het eerder genoemde voorbeeld betekent dit het volgende. Het bouwen van woningen in strijd met het bestemmingsplan, is onlosmakelijk verbonden met de planologische afwijking van dat bestemmingsplan. De vergunning voor deze activiteiten mogen dus niet afzonderlijk van elkaar worden aangevraagd. De mogelijkheid bestaat wel om de aanvraag (maximaal) op te splitsen in twee fasen, namelijk een planologische gedeelte, en een bouwgedeelte, artikel 2.5 van de Wabo. Meer fasering dan dit was tot voor kort onder de Wabo niet mogelijk.

Hoe het nu is
Op 25 april 2013 is de “Wet van 28 maart 2013 tot wijziging van de Crisis- en herstelwet en diverse andere wetten in verband met het permanent worden van de Chw en het aanbrengen van verbeteringen in het omgevingsrecht” in werking getreden. Deze wet wijzigt artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo. Indien één van de onlosmakelijke activiteiten planologisch strijdig gebruik betreft, mag deze activiteit nu voorafgaand aan, en los van de overige onlosmakelijke activiteiten, worden aangevraagd. Met deze constructie is het mogelijk om de (gehele) aanvraag omgevingsvergunning ‘op te knippen’. Door de wijziging van de Wabo is het nu mogelijk om voor projecten een afzonderlijke planologische deelvergunning aan te vragen, zodat de uitvoering van een project nader gefaseerd kan worden.

Doordat ook artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo is gewijzigd, kan de aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in strijd met de planologische regelgeving niet meer worden geweigerd indien eerder al een omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik is verleend.

Let op!
In de Memorie van Toelichting wordt benadrukt dat met de wijziging van de Wabo de bestaande jurisprudentie (ontstaan onder de eerdere wetgeving) van toepassing blijft. De omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik kan, zo blijkt uit de jurisprudentie, niet dienen als zelfstandig toetsingskader voor toekomstige, niet concrete, bouwplannen. De omgevingsvergunning dient dus ter verwezenlijking van een concrete activiteit. Deze nieuwe wetgeving beoogt dus geen veranderingen aan te brengen aan de, in de jurisprudentie gestelde, eis dat het project waarvoor het planologisch afwijkingsbesluit wordt genomen zich in de mate van concreetheid moet onderscheiden van de normering die is neergelegd in een bestemmingsplan.

Conclusie
De vrijstelling en het latere projectbesluit zijn, door deze wijziging van de Wabo, weer terug van weggeweest. Hopelijk sluit de wetgeving nu beter aan op de praktijk.

Catch Legal, Tanne van Wissen.
Meer weten? Neem gerust contact op.