Op 16 april 2014 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) geoordeeld dat de aan de orde zijnde woonboot in Amsterdam als bouwwerk in de zin van de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) moet worden aangemerkt (ECLI:NL:RVS:2014:1331). Sindsdien vrezen veel gemeenten en woonbootbezitters voor de gevolgen van deze uitspraak. Immers, als een woonboot of drijvend object (onder omstandigheden) als bouwwerk moet worden aangemerkt, dan zijn ook de regels die gelden voor bouwwerken van toepassing. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de regels van het Bouwbesluit 2012. Veel ‘drijvende objecten’ kunnen echter niet voldoen aan die regels. Het werd tijd om de wetgever te benaderen.

Al sinds 1999 wordt aan de Afdeling gevraagd uitspraak te doen of drijvende objecten al dan niet moeten worden aangemerkt als bouwwerk. Veelal werd, bij het ontbreken van een definitie in de betreffende (wettelijke) regelingen zoals de Woningwet, het Bouwbesluit en recent de Wabo, aansluiting gezocht bij de definitie in de Model-bouwverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Daarbij werd in het begin vooral gekeken naar de bedoeling van de wetgever: namelijk dat het Bouwbesluit en de Woningwet niet van toepassing waren op dit soort drijvende objecten omdat gemeenten daarvoor zelf regels konden stellen. Later werd steeds strikter gekeken naar de definitie en werd door de rechtspraak daar aansluiting bij gezocht. Dit heeft geresulteerd in het feit dat steeds meer drijvende objecten als bouwwerken aangemerkt moesten worden.

Het wordt wenselijk gevonden om ook in de wettelijke regelingen zoals de Woningwet, de Wabo of de Wet ruimtelijke ordening duidelijkheid te geven over de definitie ‘bouwwerk’. Dat maakt niet dat we alle bouwwerken over één kam kunnen scheren. Voor de verschillende bouwwerken zullen in het Bouwbesluit specifieke regels gaan gelden. De wetgever is de bal dus toegespeeld.

De gemeente Amsterdam heeft (mede gebaseerd op onderzoek dat door het Instituut voor Bouwrecht is uitgevoerd, 30 april 2014) een voorstel gedaan om bestaande drijvende objecten (laten we ze zo maar even noemen) onder het overgangsrecht in stand te laten zonder omgevingsvergunning(plicht) en voor nieuwe drijvende objecten (daaronder dus mede begrepen watervilla’s, woonarken e.d.) een aantal specifieke bepalingen op te nemen in het Bouwbesluit 2012. Het kabinet heeft in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer (Aanhangsel II, 2013/14, nummer 2318) dit ook als uitgangspunten genomen. Recent is het wetsvoorstel vrijgegeven voor consultaties. Eenieder is door de overheid (kabinet of parlement) in de gelegenheid gesteld een reactie te geven (www.internetconsultatie.nl).

Nieuwe definitie?
Uit de concept-Memorie van Toelichting behorende bij de wetswijziging volgt dat de definitie zoals al tijden worden gebruikt, gehandhaafd blijft. Wel is een aantal elementen geschrapt en toegevoegd. De volgende definitie wordt voorgesteld: constructie van enige omvang, die op de plaats van bestemming direct of indirect met de grond verbonden is en bedoeld is om langer dan drie maanden ter plaatse te functioneren.

Opvallend is de “drie maanden termijn”. Dit element is nieuw ten opzichte van de oude definitie.

Uitzonderingen
Varende schepen, ook als daarop wordt gewoond, vallen niet onder deze definitie. Die schepen zijn immers bedoeld om te varen, ook als deze langer dan drie maanden ergens afgemeerd liggen. Dit geldt, tot dat de bedoeling van het schip verandert, bijvoorbeeld als deze wordt gebruikt als restaurant of woning. Hetzelfde geldt voor pleziervaartuigen.

En de bestaande drijvende objecten dan?
Voor bestaande gevallen die voldoen aan de provinciale of gemeentelijke regelgeving zullen, kort gezegd, delen van de Woningwet niet van toepassing worden verklaard. Wel zal de zorgplicht van de Woningwet gaan gelden zodat tegen gevallen waarbij gevaar voor de gezondheid of de veiligheid bestaat, kan worden opgetreden. Ook kunnen eisen in het kader van brandveiligheid wel van toepassing worden verklaard. Indien het uiterlijk van het drijvende bouwwerk in ernstige mate in strijd is redelijk eisen van welstand, kan daar eveneens tegen worden opgetreden.

Voor alle bestaande gevallen wordt met de wijziging ter legalisering voorzien in overgangsrecht, zodat de drijvende bouwwerken kunnen blijven liggen. Reeds verleende vergunningen/ontheffingen op basis van bijvoorbeeld het keur of gemeentelijke regelgeving zullen gelden als omgevingsvergunning. Gold er voorheen geen vergunningen/ontheffingenplicht, dan wordt van rechtswege een omgevingsvergunning verschaft.

Een nieuwe woonboot bouwen
In de toekomst zal bij het ‘bouwen’ van een nieuwe woonboot (of ander drijvend object) onder deze nieuwe wetgeving rekening moeten worden gehouden met andere eisen dan die nu gelden. Na de wetswijziging zal het Bouwbesluit (op grond van de Woningwet en de Wabo) van toepassing zijn. Wel gelden op basis van het Bouwbesluit op sommige punten een aantal specifieke regels. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het niet hoeven voldoen aan de eis van het realiseren van een tuin/balkon of een badkamer. Ook zullen andere rekenregels zoals voor het bepalen of de constructie voldoet, worden opgenomen. In zoverre zal met de bijzondere status van wonen in een drijvend object rekening worden gehouden.

Onderhoud en het uitvoeren van werkzaamheden zullen vaak tot gevolg hebben dat het drijvende bouwwerk moet worden verplaatst. Het zou onwenselijk zijn als voor het terugplaatsen steeds opnieuw een omgevingsvergunning aangevraagd en verleend moeten worden. Onder voorwaarden hoeft dat dan ook niet. In sommige gevallen zal het echter wel noodzakelijk zijn om een nieuwe vergunning aan te vragen, bijvoorbeeld als het uiterlijk wijzigt of als verbouwd wordt.

Conclusie
De wetswijziging lijkt er te komen. Daarmee komt er een einde aan de onduidelijkheid voor ‘drijvende objecten bezitters’. Hopelijk kunnen we in de praktijk met deze regels goed uit te voeten. Of dit voorstel helemaal zal worden overgenomen en op welke termijn de wetten gewijzigd zullen worden, is nog niet duidelijk. Op de website zullen wij u van de voortgang van de wetswijziging op de hoogte houden.

Catch Legal, Tanne van Wissen, 18 maart 2015.
Meer weten? Neem gerust contact op.